Eiser, een Gambiaanse nationaliteithebbende, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerdere aanvragen reeds ongegrond zijn verklaard. In zijn herhaalde aanvraag stelt hij biseksueel te zijn en een relatie te hebben met een vrouw, terwijl hij ook gevoelens voor mannen heeft. Hij voert aan dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid in Gambia gevaar loopt.
De minister heeft de aanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid, mede omdat eiser zijn verklaringen onvoldoende heeft onderbouwd met objectieve documenten en de verklaringen van derden niet samenhangend zijn. Ook is de relatie met een vrouw niet voldoende om de biseksualiteit aannemelijk te maken. De rechtbank oordeelt dat de minister deze beoordeling zorgvuldig en gemotiveerd heeft gemaakt, en dat eiser onvoldoende nieuwe elementen heeft aangevoerd.
Daarnaast heeft de minister een inreisverbod van twee jaar opgelegd, omdat geen sprake is van een beschermingswaardig privé- en familieleven in Nederland. De rechtbank acht het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.