In deze zaak heeft verzoekster een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de afwijzing van haar aanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De minister had het primaire besluit op 14 juli 2023 genomen en het bezwaar van verzoekster op 6 maart 2026 afgewezen.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een lopende beroepsprocedure is tegen het besluit op bezwaar. Omdat tegen het besluit op bezwaar geen beroepsprocedure loopt, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
Hierdoor wordt het verzoek niet inhoudelijk behandeld en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.