Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:9904

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
23_4238
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbArt. 8:72 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening arbeidsongeschiktheid WIA na deskundigenrapporten leidt tot toekenning 80-100% AO

Eiseres was sinds 2017 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 66,7%. Na bezwaar en beroep werd zij medisch onderzocht door een door de rechtbank benoemde deskundige, psychiater dr. J.A. Bouwens, die concludeerde dat eiseres ernstige psychiatrische beperkingen heeft die leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.

De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hebben hun eerdere beoordelingen aangepast op basis van het deskundigenrapport, waardoor de geschiktheid voor functies afnam en de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 80-100%. De rechtbank volgde het deskundigenadvies en vernietigde het eerdere besluit wegens onjuiste medische grondslag.

De rechtbank bepaalde dat eiseres recht heeft op een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, maar dat volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid niet is vastgesteld omdat verbetering mogelijk blijft. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: De rechtbank stelt de arbeidsongeschiktheid van eiseres per 28 oktober 2022 vast op 80-100% en vernietigt het eerdere besluit.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/4238

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Spiering-Kalay).

Inleiding

Bij besluit van 28 oktober 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder de mate van arbeidsongeschikt van eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) vastgesteld op 66,7%.
Bij besluit van 11 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door eiseres tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 29 augustus 2024 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door Q. Verburg, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en bepaald dat eiseres door een door de rechtbank aan te wijzen deskundige medisch onderzocht zal worden.
De rechtbank heeft psychiater dr. J.A. Bouwens benoemd als deskundige en hem verzocht een onderzoek in te stellen en hierover rapport uit te brengen.
Op 26 mei 2025 heeft deskundige Bouwens rapport uitgebracht.
Verweerder heeft op 9 oktober 2025 gereageerd op het rapport van de deskundige en daarbij de reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 7 augustus 2025 en de reactie van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 7 oktober 2025 overgelegd.
De rechtbank heeft op 7 januari 2026 een aanvullende vraag gesteld aan deskundige Bouwens.
Bij brief van 12 februari 2026 heeft deskundige Bouwens hierop geantwoord.
Partijen zijn door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om kenbaar te maken of zij op een nadere zitting willen worden gehoord.
Verweerder heeft bij brief van 31 maart 2026 aangegeven dat een nadere zitting niet nodig is. Eiseres heeft op 9 april 2026 aan de rechtbank bericht dat een nadere zitting achterwege kan blijven.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres heeft zich op 31 mei 2017 met psychische klachten ziekgemeld voor haar werkzaamheden als onderzoeker in opleiding bij het Leids Universitair Medisch Centrum (verder: werkgever). Na afloop van de wettelijke wachttijd heeft verweerder aan eiseres per 27 mei 2020 een WIA-uitkering toegekend. Eiseres is daarbij 80-100% arbeidsongeschikt geacht.
2.1.
De werkgever heeft op 8 juli 2021 aan verweerder verzocht om een medische herbeoordeling van eiseres. De verzekeringsarts heeft in dit kader eiseres via een videoverbinding gesproken en vervolgens aanleiding gezien om psychiater J.K. van der Veer te verzoeken een medische expertise te verrichten.
Psychiater Van der Veer heeft eiseres via beeldbellen op 27 juni 2022 gesproken. In zijn rapport van 20 juli 2022 heeft Van der Veer als diagnose vermeld dat bij eiseres sprake is van een persisterende aanpassingsstoornis met gemengde stoornis van emoties met aanwijzingen voor persoonlijkheidsproblematiek met cluster B en C trekken. Op basis van het onderzoek kan de diagnose chronische posttraumatische stressstoornis volgens hem niet gesteld worden. De beperkingen van eiseres liggen op het gebied van omgaan met het hanteren van gevoelens van anderen, moeite met omgaan van conflicten en moeite om haar onvrede en boosheid en onmacht op een neutrale manier te uiten. Verder is er sprake van een overgevoelig reageren op stressvolle situaties met vermijden tot gevolg.
2.2.
De verzekeringsarts heeft na ontvangst van het rapport van psychiater Van der Veer telefonisch gesproken met eiseres. In haar rapport van 20 september 2022 heeft de verzekeringsarts vermeld dat zij op grond van de voorliggende gegevens, de psychiatrische expertise en de bevindingen bij eigen onderzoek vaststelt dat er sprake is van benutbare mogelijkheden. Eiseres geeft aan dat zij ADL afhankelijk is en geen huishoudelijke taken kan verrichten. Deze forse beperkingen passen echter volgens de verzekeringsarts niet bij de vastgestelde stoornis door voormelde psychiater. Activering en structurering van het dagelijks bestaan door middel van arbeid in therapeutische zin is juist aan te bevelen, zeker als het gaat om niet stressvolle arbeid. De huidige klachten van eiseres geven beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren. Verder is een tijdelijke urenbeperking (van 20 uur per week) aan de orde, omdat eiseres al geruime tijd is verwijderd van de arbeidsmarkt en zij dus weer moet wennen aan de arbeidsmarkt. De verzekeringsarts heeft de beperkingen van eiseres vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
2.3.
De arbeidsdeskundige heeft vervolgens aan de hand van de FML drie functies geduid, te weten de functies productiemedewerker industrie (sbc-code: 111180), medewerker binderij, drukkerij (sbc-code: 268030) en medewerker tuinbouw (sbc-code: 111010). Eiseres wordt voor deze functies met inachtneming van haar beperkingen geschikt geacht. Met deze functies kan eiseres volgens de arbeidsdeskundige een loon verdienen dat afgezet tegen haar maatmanloon een verlies aan verdiencapaciteit oplevert van 66,7%. Als reservefunctie is geduid de functie medewerker kleding en textielreiniging (sbc-code: 111161).
2.4.
Bij het primaire besluit heeft verweerder de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres vastgesteld op 66,7%
3. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Daarbij heeft zij een rapport van psychiater J. Terpstra van 3 maart 2023 overgelegd. In zijn rapport heeft psychiater Terpstra vermeld dat bij eiseres sprake is van een complexe chronische posttraumatische stressstoornis en een obsessief-compulsieve stoornis. Eiseres is daardoor ernstig beperkt in haar functioneren. Zij is functioneel aan huis gekluisterd en het grootste deel van haar dag is zij bezig met het verrichten van dwanghandelingen om haar angsten te bezweren. Een eerste stap in haar behandeling is stabilisatie door middel van farmacotherapie gericht op de obsessief-compulsieve stoornis. Wanneer de angst- en dwangklachten voldoende zijn afgenomen kan eiseres gemobiliseerd worden om buitenshuis therapie te volgen. Daarna kan psychotherapie plaatsvinden, enerzijds gericht op de dwang, maar anderzijds op de onderliggende traumatische problematiek, aldus psychiater Terpstra.
4.1.
Naar aanleiding van het door eiseres tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) dossieronderzoek verricht en kennis genomen van de bij het bezwaarschrift overgelegde rapport van psychiater Terpstra. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapport vermeld dat het psychiatrisch rapport van psychiater Van der Veer zeer uitgebreid is en dat en hierin inzichtelijk en goed te volgen is beschreven waarom deze psychiater tot zijn conclusies komt. Het rapport van psychiater Terpstra is volgens de verzekeringsarts b&b echter summier te noemen, nu het slechts 3 pagina’s telt. De in het rapport van Terpstra vermelde anamnestische gegevens zijn bekend en ook al door psychiater Van der Veer meegewogen. Verder volgt in dat rapport na een beschrijving van het psychiatrisch onderzoek al direct een samenvatting en conclusie. De verzekeringsarts b&b concludeert dat het rapport van psychiater Terpstra niet overtuigend aanleiding geeft om af te wijken van het expertiserapport van psychiater Van der Veer.
4.2.
De arbeidskundige b&b heeft eiseres onverminderd geschikt geacht voor de functies die door de arbeidskundige zijn geduid.
4.3.
Het tegen het primaire besluit gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. Aan dat besluit liggen de rapporten van de verzekeringsarts b&b en arbeidsdeskundige b&b ten grondslag.
5. Eiseres voert aan dat dat zij een grote diversiteit aan lichamelijke klachten heeft en ook psychische klachten heeft. De klachten die zij ervaart zorgen voor vergaande problemen in het dagelijks functioneren. Zo heeft zij de afgelopen vijf jaar weinig anders gedaan dan op de bank thuis zitten vanwege alle angsten die zij ervaart. Hierdoor is zij de afgelopen anderhalf jaar niet buitenshuis geweest. Eiseres is van mening dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft. Zij is volledig ADL afhankelijk van haar partner en er is sprake van psychische niet zelfredzaamheid.
Voorts stelt eiseres dat zij zich niet kan vinden in de uitkomst van het onderzoek door psychiater Van der Veer en ook niet in de persoon die het onderzoek heeft uitgevoerd. Psychiater Van der Veer was namelijk al een tijd geen praktiserend arts meer en toen hij dat nog wel was zat hij in de ouderenzorg en was hij niet gespecialiseerd in patiënten met psychische klachten zoals zij die heeft. Daarmee kan aan dit rapport en de daarin vermelde conclusies weinig waarde worden toegekend.
Verder is naar de mening van eiseres door de verzekeringsarts b&b ten onrechte het rapport van psychiater Terpstra opzij geschoven en niet meegewogen. Terpstra is een gerespecteerd en geregistreerd psychiater die verbonden is aan het Psychiatrisch Expertise Centrum dat bekent staat als hét kenniscentrum voor trauma gerelateerde diagnoses en behandelingen. De door Terpstra gevormde conclusies dienen daarom serieus genomen te worden. Eiseres heeft tot slot ter onderbouwing van haar beroep een tweetal brieven van GGZ Indigo van 17 augustus 2017 en 11 januari 2018 overgelegd.
6. Gezien het geschil tussen partijen over de belastbaarheid van eiseres op de datum in geding, 28 oktober 2022, heeft de rechtbank aanleiding gezien om psychiater dr. J.A. Bouwens als deskundige te benoemen teneinde eiseres te onderzoeken en de rechtbank van advies te dienen.
7.1.
Deskundige Bouwens heeft in zijn rapport geconcludeerd dat er in beschrijvend diagnostische zin sprake is van een op symptoomniveau overheersen van pathologische mate van angst, spanning, obsessies en compulsief gedrag. Op de achtergrond is sprake van ernstige verstoringen van het persoonlijkheidsfunctioneren die blijkens de bijkomende informatie op persisterende wijze aanwezig zijn geweest. Er is dus volgens de deskundige zowel sprake van een actueel psychiatrisch toestandsbeeld als van bijkomende ernstige persoonlijkheidsproblematiek. Onderliggend lijkt er sprake te zijn van een kwetsbare persoonlijkheidsorganisatie gekenmerkt door een realiteitstoetsing die over het algemeen intact is, maar waarbij de realiteit wel kan vervormen onder hevige druk, een sterke mate van identiteitsdiffusie en overheersend gebruik van primitieve afweermechanismen. Het algehele psychiatrische ziektebeeld is daarmee volgens de deskundige als ernstig te beschouwen. Rondom de datum in geding zijn de getrokken conclusies over het ziektebeeld van eiseres inconsistent, de informatie waarop die conclusies berustten, is echter wel vrij consistent en zelfs overeenkomstig zijn eigen observaties. De deskundige vindt het daarom aannemelijk dat het psychiatrisch ziektebeeld op de in geding zijnde datum niet essentieel anders was dan op het moment van het onderzoek. Vanuit zijn eigen vakgebied is er sprake van ernstige beperkingen in het hanteren van emotionele problemen van anderen, het uiten van eigen gevoel, in het omgaan met conflicten en in het samenwerken. Aperte voortdurende beperkingen in de cognitieve functies zijn er niet, maar het is wel aannemelijk dat door de afname van realiteitsbesef onder druk, eiseres op dat soort momenten een algehele en forse achteruitgang ondervindt van cognitieve functies, aldus de deskundige.
7.2.
In zijn aanvullend rapport van 12 februari 2026 heeft de deskundige desgevraagd aan de rechtbank bericht dat eiseres wel behandelmogelijkheden heeft, dat er geen overtuigende onderbouwing voor therapieresistentie is en dat verbetering van de belastbaarheid niet is uitgesloten.
8.1.
De verzekeringsarts b&b heeft in het rapport van de deskundige aanleiding gezien om de eerder opgestelde FML te wijzigen en eiseres sterker beperkt te achten op diverse punten in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren.
8.2.
De arbeidsdeskundige b&b heeft aan de hand van de gewijzigde FML beoordeeld of eiseres geschikt is te achten voor de geduide functies. Hij heeft geconcludeerd dat eiseres voor nog maar twee van de vier functies geschikt is te achten, dat daarmee onvoldoende functies resteren om de schatting te kunnen dragen en dat eiseres per de datum in geding voor 80-100% arbeidsongeschikt is te achten.
9.1.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de door de rechter ingeschakelde onafhankelijke deskundige dient te worden gevolgd, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven van dat oordeel af te wijken [1] . Het is immers bij uitstek de taak van de deskundige om bij verschil van inzicht tussen partijen over de medische beperkingen een beslissend advies te geven.
9.2.
De rechtbank ziet aanleiding om de conclusies van de door haar geraadpleegde deskundigen te volgen. Zij overweegt in dat verband dat het onderzoek van de deskundigen zorgvuldig en volledig is geweest en dat de conclusies afdoende zijn gemotiveerd. Uit het rapport van de deskundige blijkt dat voor eiseres ten tijde van de datum in geding extra beperkingen moeten worden aangenomen. Daarmee is de medische grondslag van het bestreden besluit naar het oordeel van de rechtbank onjuist. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
9.3.
Nu vaststaat dat er onvoldoende functies zijn te duiden waarvoor eiseres geschikt is te achten ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf een beslissing te nemen en te bepalen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 28 oktober 2022 80-100% bedraagt. Zij merkt daarbij op dat gelet op het aanvullend rapport van de deskundige er geen reden is om de volledige arbeidsongeschikt van eiseres duurzaam te achten, nu verbetering van de belastbaarheid niet is uitgesloten. Eiseres komt daarmee niet in aanmerking voor een Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA-uitkering).
10. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. Eiseres heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.200,-.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het besluit van 11 mei 2023;
  • herroept het besluit van 28 oktober 2022;
  • bepaalt dat aan eiseres per 28 oktober 2022 een WIA-uitkering wordt toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
  • bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt verweerder tot betaling van € 3.200,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.R. van der Meer, rechter, in aanwezigheid van W.M. Colpa, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.