Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
mr. F. Hoppenbrouwer als waarnemer van de gemachtigde van eiseres, A. Ben Mohammed als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
art. 20 van Pro het VWEU, en dat haar verblijfsdocument daarom vernieuwd moet worden. Subsidiair stelt eiseres dat ten onrechte geen familie- en gezinsleven is aangenomen tussen haar en [persoon1] . Verder is het economische belang van de Nederlandse staat ten onrechte in haar nadeel gewogen. Ook is niet duidelijk welk gewicht de minister toekent aan het intensieve gezinsleven, en (onder andere) de emotionele en financiële afhankelijkheid. Ook heeft de minister de ingangsdatum van haar afgeleide verblijfsrecht niet juist vastgesteld, en is daarmee ook uitgegaan van een kortere periode in de belangenafweging. Eiseres wijst ook op haar banden met Nederland: zij heeft onder andere een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, en bezoekt maandelijks met haar dochters het graf van haar overleden echtgenoot. Ook [persoon2] en [persoon1] hebben hier hun sociale kring en studie. Verder is sprake van emotionele afhankelijkheid en medische omstandigheden: zij hebben een heftige periode achter de rug vanwege het overlijden van hun vader/echtgenoot in 2021, [persoon2] heeft narratieve exposure therapie gehad en bij eiseres is een depressieve stoornis en PTSS vastgesteld. Ook is volgens eiseres niet inzichtelijk welk gewicht uiteindelijk is toegekend in de belangenafweging aan de positieve punten (jongvolwassenheid, samenwonen, intensief gezinsleven, voldoende inkomen).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.S.J. Valk, griffier.