ECLI:NL:RVS:2022:3660
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging
De vreemdelingen, Syrische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf om bij hun meerderjarige zoon te verblijven, die sinds 2018 een verblijfsvergunning asiel heeft. De staatssecretaris wees de aanvraag af met het argument dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de vreemdelingen en hun zoon.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de staatssecretaris alle relevante feiten en omstandigheden zou hebben meegewogen en een fair balance had bereikt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat de staatssecretaris alle relevante feiten heeft betrokken in de belangenafweging.
De Afdeling stelt dat de staatssecretaris de afhankelijkheid van de zoon van de vreemdelingen niet kenbaar in zijn belangenafweging heeft betrokken, noch de medische situatie van de vader en de objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Syrië uit te oefenen in onderlinge samenhang heeft beoordeeld. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd.
De staatssecretaris wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij hij de actuele feiten en omstandigheden moet betrekken en de vreemdelingen moet horen volgens de Awb. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, en de staatssecretaris moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen.