ECLI:NL:RBDHA:2026:9926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening niet-ontvankelijk verklaard
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, diende op 21 januari 2026 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac bleek dat hij op 8 oktober 2025 al een verzoek om internationale bescherming in Spanje had ingediend. Nederland verzocht Spanje om terugname van eiser op grond van de Dublinverordening, welke door Spanje werd aanvaard. Vervolgens diende eiser op 4 maart 2026 ook een asielaanvraag in Duitsland in, die Nederland afwees omdat Spanje verantwoordelijk is.
De minister van Asiel en Migratie nam de asielaanvraag van eiser niet in behandeling op basis van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiser stelde dat hij bescherming in Nederland wenste, maar vertrok met onbekende bestemming zonder dit te melden. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer leggen.
De rechtbank oordeelde dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact het beroep in beginsel niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en een asielaanvraag in Duitsland heeft ingediend, is het aannemelijk dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.