ECLI:NL:RBDHA:2026:9944
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker, van Jordaanse en Palestijnse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling heeft genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en gewezen op de uitspraak in een gelijktijdige zaak (NL26.13903), waarin het beroep kennelijk ongegrond is verklaard.
Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.