ECLI:NL:RBDHA:2026:9958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij vaststelling nationaliteit in asielprocedure
Eiser diende op 13 oktober 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder verleende deze vergunning op 9 december 2025 op grond van de Vreemdelingenwet 2000, geldig tot 13 oktober 2029. Eiser betwistte niet de toekenning van asiel, maar wel de vaststelling van zijn nationaliteit als 'Syrisch', stellende dat hij staatloos Palestijn is en als zodanig geregistreerd moet worden.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van dit beroep. De asielprocedure is primair gericht op het verlenen van asielrechtelijke bescherming en niet op het vaststellen van staatloosheid. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter. De vaststelling van staatloosheid is niet noodzakelijk voor de beslissing op de asielaanvraag en heeft geen juridische consequenties binnen deze procedure.
De rechtbank wees erop dat eiser een andere procedure kan volgen via de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, die sinds 1 oktober 2023 van kracht is. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang bij de vaststelling van zijn nationaliteit in de asielprocedure.