ECLI:NL:RBDHA:2026:997

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
09-030186-25 en 09-201494-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor verkrachting, ontucht, aanranding en bezit van kinderpornografisch materiaal

Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van ernstige seksuele misdrijven tegen zijn kleindochters. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaren voor verkrachting, ontucht, aanranding en het bezit van kinderpornografisch materiaal. De feiten vonden plaats in de periode van 2022 tot 2025, waarbij de slachtoffers, beide kleindochters van de verdachte, minderjarig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere seksuele handelingen met de kleindochters, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van een minderjarige. De rechtbank heeft ook een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opgelegd, gezien de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers. De vorderingen van de benadeelde partijen zijn deels toegewezen, waarbij schadevergoeding is vastgesteld voor immateriële schade. De rechtbank heeft de verdachte ook veroordeeld tot het onttrekken van inbeslaggenomen voorwerpen aan het verkeer, waaronder computers en harde schijven die kinderpornografisch materiaal bevatten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummers: 09-030186-25 en 09-201494-25 (gev. ttz.)
Datum uitspraak: 22 januari 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaken van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1965 te [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats 1] , locatie [locatie] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 8 mei 2025, 21 juli 2025, 14 oktober 2025 (alle pro forma) en 8 januari 2026 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. H.E.G. van den Eijnden en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw
mr. L. da Silva naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding met parketnummer 09-030186-25 (hierna: dagvaarding I), die is gewijzigd op de terechtzitting van 8 januari 2026, en in de dagvaarding met parketnummer 09-201494-25 (hierna: dagvaarding II). De tekst van de (gewijzigde) tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Kort gezegd wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij:
Ten aanzien van dagvaarding I:
feit 1: [slachtoffer 1] heeft verkracht (verkrachting in de leeftijdscategorie beneden de twaalf jaar) in de periode 1 juli 2024 tot en met 7 januari 2025 in [plaats 2] ;
feit 2: met [slachtoffer 1] , terwijl zij beneden de leeftijd van twaalf jaren was, handelingen heeft gepleegd die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam in de periode 14 november 2022 tot en met 30 juni 2024 in [plaats 2] ;
feit 3: [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft aangerand (aanranding in de leeftijdscategorie beneden de twaalf jaar) in de periode 1 juli 2024 tot en met 7 januari 2025 in [plaats 2] ; en
feit 4: met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , terwijl zij beneden de leeftijd van zestien jaren waren, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd in de periode 14 november 2022 tot en met 30 juni 2024 in [plaats 2] ;
Ten aanzien van dagvaarding II:
in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 30 juni 2024 en in de periode 1 juli 2024 tot en met 27 januari 2025 in [plaats 2] verschillende vormen van kinderpornografisch materiaal heeft verworven, zich daartoe de toegang heeft verschaft en/of in het bezit heeft gehad, terwijl hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het bij dagvaarding I en dagvaarding II tenlastegelegde.
Op eventuele standpunten van de officier van justitie zal de rechtbank waar nodig hieronder nader ingaan.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van dagvaarding I op het standpunt gesteld dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde (partieel) moet worden vrijgesproken, omdat geen sprake is geweest van seksueel binnendringen. Voor wat betreft het onder 3 en 4 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat ten aanzien van [slachtoffer 2] alleen één tongzoen bewezen kan worden verklaard.
Ten aanzien van het bij dagvaarding II tenlastegelegde heeft de raadsvrouw verzocht de verdachte vrij te spreken van het bestanddeel ‘terwijl daarvan een gewoonte is gemaakt’.
Op eventuele nadere standpunten en verweren van de raadsvrouw zal de rechtbank waar nodig hieronder nader ingaan.
3.3.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft in bijlage II opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
3.4.
Bewijsoverwegingen
Ten aanzien van dagvaarding I, feiten 1, 2, 3 en 4
De rechtbank zal, gelet op de samenhang tussen de feiten, deze gezamenlijk bespreken.
De oudste kleindochter van de verdachte, [slachtoffer 1] , logeerde en verbleef regelmatig bij de verdachte. Zij heeft verklaard dat zij vanaf haar zesde door de verdachte, terwijl zij alleen met hem was, werd getongzoend, werd betast en dat de verdachte verschillende seksuele handelingen bij en met haar verrichtte. Volgens [slachtoffer 1] bestond het betasten uit het aanraken van en wrijven over haar vagina, billen en anus. De verschillende seksuele handelingen bestonden - onder meer - uit het likken van haar vagina en anus, het binnendringen van die vagina en anus met de penis van de verdachte en met zijn en haar eigen vingers. Het misbruik bestond volgens haar ook uit het moeten aanraken van, likken van en zuigen aan de penis van de verdachte.
De jongste kleindochter van de verdachte, [slachtoffer 2] , heeft verklaard dat zij tijdens het oliebollenbakken op 31 december 2024 door de verdachte werd getongzoend. Dat gebeurde daarna nogmaals toen zij naar “[bijnaam]” gingen. Ook betastte de verdachte haar vanaf haar zevende jaar bij haar billen.
Betrouwbaarheidsverweren
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verklaringen van [slachtoffer 2] onbetrouwbaar zijn. Gelet op de verklaring van de verdachte dat hij [slachtoffer 2] slechts één tongzoen tijdens het oliebollenbakken heeft gegeven kan volgens haar alleen die handeling bewezenverklaard worden. De raadsvrouw heeft ook bepleit dat het seksuele binnendringen voor wat betreft [slachtoffer 1] niet bewezenverklaard kan worden. Het is het woord van de verdachte tegen het woord van haar, aldus de raadvrouw.
De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of de verklaringen van zowel [slachtoffer 1] – voor zover de raadsvrouw heeft willen betogen dat ook haar verklaringen (deels) onbetrouwbaar zouden zijn – en [slachtoffer 2] betrouwbaar, en daarmee bruikbaar voor het bewijs zijn. Als daarop een bevestigend antwoord wordt gegeven, komt als vervolgvraag aan de orde of hun verklaringen in voldoende mate worden ondersteund door de inhoud van andere bewijsmiddelen.
De verklaringen van [slachtoffer 1]
is twee keer in een kindvriendelijke studio gehoord. De rechtbank overweegt dat zij in beide verklaringen consequent en zeer gedetailleerd heeft verklaard over de door de verdachte verrichte handelingen en de omstandigheden waaronder deze handelingen door hem werden verricht. Daarbij valt bijvoorbeeld op dat zij in beide verhoren heeft verklaard over porno die de verdachte haar liet zien, waarbij de verdachte zei dat hij wat op de beelden was te zien ook bij haar wilde doen. Tekenend is dat zij daarbij heeft verklaard dat zij die beelden niet meer uit haar hoofd krijgt, een verklaring die zich moeilijk met de verklaring van de verdachte laat rijmen dat hij haar géén beelden zou hebben getoond en dat [slachtoffer 1] mogelijk per toeval (kinder)porno heeft gezien toen zij op zijn computer zat. Een ander detail dat de rechtbank opvalt, is dat [slachtoffer 1] tijdens het eerste verhoor - voor haar leeftijd - gedetailleerde tekeningen heeft gemaakt van onder meer het naakt op elkaar liggen in bed. De rechtbank heeft gelet op deze consequente en gedetailleerde verklaringen dan ook geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid daarvan, ook niet als het gaat om het seksueel binnendringen.
De verklaringen van [slachtoffer 2]
Ook [slachtoffer 2] is twee keer in een kindvriendelijke studio gehoord. Met de raadsvrouw stelt de rechtbank vast dat de latere verklaring van [slachtoffer 2] op enkele onderdelen afwijkt van haar eerdere verklaring. Zo heeft [slachtoffer 2] in haar eerste verhoor verklaard dat haar hetzelfde is overkomen als [slachtoffer 1] , waaronder aanraking van haar vagina en het zien van een seksfilmpje, terwijl zij in haar tweede verhoor heeft verklaard dat daarvan geen sprake is geweest. Deze verschillen leiden naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie dat de verklaringen van [slachtoffer 2] geheel onbetrouwbaar zijn. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking de jonge leeftijd van [slachtoffer 2] ten tijde van het gebeurde en ten tijde van de verhoren. Van een jong kind kan niet worden verwacht dat zij telkens consistent en in min of meer dezelfde bewoordingen verklaart over ingrijpende gebeurtenissen.
Verder acht de rechtbank redengevend dat [slachtoffer 2] , anders dan haar zus, nooit heeft verklaard over andere vergaande seksuele handelingen. Zo heeft zij geen verklaringen afgelegd over binnendringen in het lichaam of het verrichten van seksuele handelingen aan of met de penis van de verdachte. Dit verschil ondersteunt de conclusie dat de verklaringen van [slachtoffer 2] niet zijn ingegeven door bijvoorbeeld navertellen of suggesties van een derde, maar aansluiten bij haar eigen beleving en herinnering.
De rechtbank overweegt verder dat [slachtoffer 2] over bepaalde essentiële onderdelen, namelijk de meerdere tongzoenen en het aanraken van de bilspleet en het kietelen van ‘haar spleet’ (de rechtbank begrijpt: haar bilspleet), telkens wel consequent en in detail heeft verklaard. De daar tegenover staande geconstateerde inconsistenties in de verklaringen zijn naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht om de verklaringen van [slachtoffer 2] als onbetrouwbaar terzijde te schuiven. De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 2] betrouwbaar.
Tussenconclusie
De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kunnen voor het bewijs worden gebruikt.
Steunbewijs voor de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
Aangezien de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voor het bewijs gebruikt, moet zij vervolgens de vraag beantwoorden of er voldoende steunbewijs voor die verklaringen is. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.
De rechtbank gebruikt de verklaring van de moeder van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] als steunbewijs. Zo heeft zij in detail verklaard hoe [slachtoffer 2] op 7 januari 2025 is thuisgekomen. [slachtoffer 2] was andere keren dat zij thuiskwam heel vrolijk, maar die dag was het anders. [slachtoffer 2] zei 5 á 10 minuten nadat ze thuis was dat zij een geheimpje met opa had. Haar moeder merkte aan [slachtoffer 2] dat ze heel vol zat, alsof het haar heel zwaar zat. Nadat [slachtoffer 2] zei dat zij niet mocht vertellen over het ‘geheimpje’ met opa, rende zij in paniek naar de gang en zei dat het haar schuld was. Ook moest [slachtoffer 2] huilen en had zij een soort van paniekaanval.
Aan [slachtoffer 1] merkte haar moeder dat zij het moeilijk vond om te beschrijven wat ‘en meer’ inhield en dat zij naar woorden aan het zoeken was. Ze was stil en keek recht voor zich uit.
Ook de grotendeels bekennende verklaring van de verdachte gebruikt de rechtbank als steunbewijs. In het bijzonder merkt de rechtbank op dat de verdachte tijdens de terechtzitting van 8 januari 2026 heeft bekend dat hij ook aan de vagina en anus van [slachtoffer 1] heeft gelikt, terwijl hij dat in een eerder stadium stellig heeft ontkend.
Conclusie
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Partiële vrijspraak feit 4
De rechtbank zal de verdachte partieel vrijspreken van het onder feit 4 tenlastegelegde voor zover dit betrekking heeft op [slachtoffer 2] . Uit de verklaring van [slachtoffer 2] volgt dat het aanraken van de billen voor het eerst plaatsvond toen zij zeven of acht jaar was. [slachtoffer 2] is op [datum] 2024 acht jaar geworden. Bij gebrek aan meer concrete aanwijzingen over het begin van het misbruik, zal de rechtbank de verdachte in zijn voordeel partieel vrijspreken van aanranding van [slachtoffer 2] in de periode vóór 1 juli 2024, zoals onder feit 4 ten laste is gelegd.
Ten aanzien van dagvaarding II
De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat een aantal van de in de tenlastelegging opgenomen afbeeldingen vanwege hetgeen is beslist in het Landeck-arrest geen onderdeel kunnen uitmaken van een bewezenverklaring, omdat het onduidelijk is of deze voor de verdachte toegankelijk waren. Hetzelfde geldt voor de afbeeldingen die “created’ zijn tussen 12 januari 2025 en 27 januari 2025. Het bezit van voornoemde afbeeldingen kan dus niet worden bewezen. Dat betekent verder dat voor de periode vanaf 12 januari 2025 een partiële vrijspraak moet volgen, aldus de raadsvrouw.
De rechtbank leidt uit het procesdossier af dat de politie “door de beperking van Landeck” (de rechtbank begrijpt dat wordt bedoeld: de Landeck-jurisprudentie die betrekking heeft op het onderzoek van gegevensdragers van een verdachte) niet heeft onderzocht of bepaalde afbeeldingen op het moment van het onderzoek nog toegankelijk waren voor de verdachte. Een verdere uitleg of toelichting ontbreekt in het dossier. Voor zover de betreffende afbeeldingen in de tenlastelegging zijn opgenomen, gaat het om de afbeeldingen #6, #7 en #12. Verder ging het om een aantal andere niet in de tenlastelegging gespecificeerde afbeeldingen die blijkens het dossier in de periode tussen 12 januari 2025 en 27 januari 2025 zijn ‘created’ (de rechtbank begrijp: aangemaakt en/of opgeslagen).
De rechtbank volgt het standpunt van de raadsvrouw als het gaat om het bezit van de afbeeldingen #6, #7 en #12. Voor het aannemen van
bezitis immers vereist dat de verdachte de feitelijke beschikkingsmacht had over dat materiaal, terwijl dat kennelijk niet, althans onvoldoende is gebleken. Dat laat onverlet dat de rechtbank op basis van de bewijsmiddelen wél bewezen acht dat de verdachte zich in de tenlastegelegde periode en in het bijzonder vanaf 12 januari 2025, de toegang tot deze afbeeldingen heeft verschaft en deze heeft verworven. Uit het bewijs volgt immers dat de verdachte wist dat hij jarenlang kinderpornografisch materiaal binnenhaalde, bekeek en opsloeg, zodat sprake is van actieve verwervingshandelingen. Het valt verder niet in te zien dat de betwiste afbeeldingen anders dan door het handelen van de verdachte op zijn harde schijven zijn beland. Aangezien de toegang verschaffen tot en het verwerven van kinderpornografisch materiaal als zelfstandig bestanddeel strafbaar is gesteld en het ontbreken van het bezit niet aan een bewezenverklaring daarvan in de weg staat, zal de rechtbank de verdachte hiervan niet partieel vrijspreken, ook niet als het gaat om de pleegperiode.
De raadsvrouw heeft zich verder op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een gewoonte maken van het verwerven/bezit van kinderpornografisch materiaal. De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte gedurende minimaal twee jaar en drie maanden kinderpornografisch materiaal heeft verworven en dat ten tijde van het onderzoek van de gegevensdragers van de verdachte hij 117.490 foto’s en 13.199 video’s voorhanden had. De verdachte heeft dit kinderpornografisch materiaal gedurende meerdere jaren telkens gedownload, opgeslagen en in verschillende mappen bewaard op verschillende gegevensdragers. Daarvan uitgaande is de rechtbank van oordeel dat, anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, sprake is van stelselmatige en herhalende gedragingen die een vast onderdeel van het handelen van de verdachte uitmaakte. Daarmee heeft de verdachte in juridische zin een gewoonte gemaakt van het verwerven en bezitten van kinderpornografisch materiaal.
3.5.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot de bij dagvaarding I onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
ten aanzien van dagvaarding I
1
hij op meer momenten in de periode van 1 juli 2024 tot en met 7 januari 2025 te [plaats 2] , met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013
seksuele handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten:
- het (onder de kleding) aanraken van de anus en de vagina van die [slachtoffer 1] en
- het tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer 1] en het (vervolgens) laten aanraken en/of aftrekken en/of likken van en zuigen aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en
- het brengen en houden en heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en
- het (met de hand en/of vinger(s)) wrijven over en aanraken van de clitoris van die [slachtoffer 1] en het brengen van zijn hand en vinger(s) in de vagina,
en/oftussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] en
- het brengen van zijn vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 1] en
- het likken aan de anus en vagina van die [slachtoffer 1] en
- het brengen en houden en heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en anus van die [slachtoffer 1] en
- het door die [slachtoffer 1] met de vingers laten binnendringen in de eigen vagina en anus en
- het (meermalen) tongzoenen van die [slachtoffer 1] en
- het aanraken van de billen van die [slachtoffer 1] ;
2
hij op meer momenten in periode van 14 november 2022 tot en met 30 juni 2024 te [plaats 2] met
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten
- het (onder de kleding) aanraken van de anus en de vagina van die [slachtoffer 1] en
- het tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer 1] en het
(vervolgens) laten aanraken en aftrekken en likken van en
zuigen aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en
-het brengen en houden en heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en
- het (met de hand en/of vinger(s)) wrijven over en aanraken van de clitoris van die [slachtoffer 1] en het brengen van zijn hand en vinger(s) in de vagina
en/oftussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] en
- het brengen van zijn vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 1] en
- het likken aan de anus en vagina van die [slachtoffer 1] en
- het brengen en houden en heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en anus van die [slachtoffer 1] en
- het door die [slachtoffer 1] met de vingers laten binnendringen in de eigen vagina en anus en
- het (meermalen) tongzoenen van die [slachtoffer 1] en
- het aanraken van de billen van die [slachtoffer 1] ;
3
hij op meer momenten in de periode van 1 juli 2024 tot en met 7 januari 2025 te [plaats 2] , met kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 en
- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2016,
seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het onder de kleding aanraken van de anus en de vagina van die [slachtoffer 1] en
- het tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer 1] en het
(vervolgens) laten aanraken en aftrekken en likken van en
zuigen aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en
- het likken aan de anus en vagina van die [slachtoffer 1] en
- het (meermalen) tongzoenen van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2]
en
- het aanraken van de billen van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en
- het (met de hand en/of vinger(s)) aanraken en kietelen van de anus en de bilspleet van die [slachtoffer 2] ;
4
hij in de periode van 14 november 2022 tot en met 30 juni 2024 te [plaats 2] met
[slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013
die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:
- het (onder de kleding) aanraken van de anus en de vagina van die [slachtoffer 1]
en
- het tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer 1] en het (vervolgens) laten aanraken en aftrekken en likken van en zuigen aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en
- het likken aan de anus en vagina van die [slachtoffer 1] en
- het (meermalen) tongzoenen van die [slachtoffer 1] en
- het aanraken van de billen van die [slachtoffer 1] ;
Dagvaarding II
hij op meer tijdstippen in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 27 januari 2025 te [plaats 2] , gemeente Westland meermalen telkens
in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 30 juni 2024 afbeeldingen en/of - gegevensdragers bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken, heeft
- verworven en
- in bezit heeft gehad en
- zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft, en
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 27 januari 2025
visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken, heeft
- verworven en
- in bezit heeft gehad en
- zich daartoe de toegang heeft verschaft,
te weten
- afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en
- visuele weergaven en
- gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een Acer Aspire desktop en een tweetal harde schijven en een viertal HDD’s (van het merk Seagate en Platinum en Toshiba),
waarop (telkens) te zien is dat:
een minderjarig persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of een voorwerp en/of een vinger/hand en/of een mond/tong
en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door een minderjarig persoon met een penis en/of een vinger/hand
en/of
een minderjarig persoon zichzelf oraal, vaginaal en/of anaal penetreert met een voorwerp en/of een vinger/hand
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen en/of de borsten en/of een ander lichaamsdeel van een minderjarig persoon wordt/worden aangeraakt met een penis en/of een vinger/hand en/of een voorwerp en/of een mond/tong
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen en/of de borsten en/of een ander lichaamsdeel van een ander persoon wordt/worden aangeraakt door een minderjarig persoon met een penis en/of een vinger/hand en/of een voorwerp en/of een mond/tong
en/of
een minderjarig persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen en/of de eigen borsten en/of een ander eigen lichaamsdeel aanraakt met een vinger/hand en/of een voorwerp en/of een mond/tong
en/of
een minderjarig persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door een dier
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen en/of de borsten en/of een ander lichaamsdeel van een minderjarig persoon wordt/worden gelikt door een dier
en/of het
geslachtsdeel van een dier in de mond wordt genomen, wordt gelikt en/of wordt aangeraakt door een minderjarig persoon
en/of
een minderjarig persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
en/of
dat bij/op het lichaam/gezicht van een minderjarig persoon wordt gemasturbeerd
en/of
sperma wordt gespoten en/of zichtbaar wordt gemaakt op het lichaam van een
minderjarig persoon
en/of
een penis dicht bij het lichaam van een minderjarig persoon wordt gebracht en/of
gehouden
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De oplegging van straf en maatregel

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd en verzocht aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd in voorarrest doorgebracht, als alleen de ontuchtige handelingen/aanranding worden bewezenverklaard. Verder heeft de raadsvrouw verzocht een (bijkomend) voorwaardelijk strafdeel op te leggen met oplegging van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft zich ruim twee jaar lang vergrepen aan [slachtoffer 1] , één van zijn kleindochters. Hij heeft haar van jongs af aan – in ieder geval vanaf haar negende jaar – meermalen misbruikt en verkracht. Hij heeft zeer vergaande seksuele handelingen bij haar verricht, waaronder het anaal en vaginaal binnendringen met zijn geslachtsdeel. De rechtbank weegt dat als strafverzwarend mee. Tekenend is dat [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij toen nog niet wist dat dergelijke handelingen niet horen in de relatie die je met je eigen opa behoort te hebben. Zij behoorde veilig te zijn in en om het huis waar haar ouders haar nietsvermoedend achterlieten voor logeerpartijen en oppasdagen, maar zij was dat niet. Daarnaast weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee dat tussen hem en [slachtoffer 1] sprake was van een afhankelijkheidsrelatie. De verdachte was immers haar opa. De rechtbank acht het bovendien bijzonder kwalijk dat de verdachte [slachtoffer 1] als het ware aan zichzelf gelijkstelde als een leeftijdsgenoot en gelijkwaardige gesprekspartner. Ze waren ook verliefd op elkaar, aldus de verdachte.
De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan aanranding van zijn andere kleindochter, [slachtoffer 2] , door haar te tongzoenen en haar billen te betasten. De rechtbank kan zich daarbij niet aan de indruk onttrekken dat de verdachte haar op dezelfde wijze als haar zus begon te ‘groomen’. Gelukkigerwijs en niet door toedoen van de verdachte heeft [slachtoffer 2] aan haar moeder verteld wat het ‘geheimpje’ was dat zij met haar opa had en is deze zaak aan het licht gekomen. Ook [slachtoffer 2] had veilig behoren te zijn als zij alleen met haar opa was. Die veiligheid heeft de verdachte zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] ontnomen.
In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij op de inhoudelijke terechtzitting zijn eigen rol heeft afgezwakt. Zo heeft verdachte ten aanzien van [slachtoffer 1] verklaard dat hij haar nooit pijn heeft gedaan en nooit iets tegen haar zin heeft gedaan. Het was zelfs zo dat hij seksuele handelingen met en bij haar verrichtte omdat zij dat zelf wilde, aldus de verdachte. Over [slachtoffer 2] heeft de verdachte ter zitting verklaard dat het initiatief om te gaan tongzoenen van [slachtoffer 2] kwam en dat hij haar uit “baldigheid en gekkigheid” een tongzoen heeft gegeven.
De verdachte heeft met zijn handelen getoond dat hij geen enkele rekening heeft gehouden met de belangen, gevoelens of het welzijn van zijn kleindochters. Hij heeft zich uitsluitend door zijn eigen lustgevoelens en verlangens laten leiden. Door zijn handelen heeft hij niet alleen een buitengewoon ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn kleindochters, maar ook het vertrouwen dat zij – en hun ouders – in hun opa en (schoon)vader hadden moeten kunnen hebben. Verder is het zonder meer aannemelijk dat de verdachte door zijn handelen deze jonge kinderen heeft beschadigd in hun (seksuele) ontwikkeling. Uit de slachtofferverklaring van de moeder van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , die zij op de terechtzitting heeft afgelegd, blijkt de enorme impact die het handelen van de verdachte op haar kinderen en op het gezin heeft gehad. Dat valt niet meer ongedaan te maken.
Tot slot heeft de verdachte een grote hoeveelheid kinderpornografie verworven en in bezit gehad en hij heeft daarvan een gewoonte gemaakt. Het dossier maakt melding van een zeer schokkende collectie kinderpornografie met onder andere fors geweld en vergaande seksuele handelingen met onder andere baby’s, peuters en kleuters. Door zijn handelen heeft de verdachte kindermisbruik in stand gehouden en eraan bijgedragen dat er een markt blijft bestaan waarop beelden van kindermisbruik worden aangeboden. De rechtbank weegt verder mee dat de verdachte, zelfs nadat hij door zijn schoonzoon met het misbruik van zijn kleindochters was geconfronteerd, is doorgegaan met het bekijken van kinderporno. Daaraan kwam pas een einde toen de verdachte door de politie werd aangehouden en de gegevensdragers in beslag werden genomen.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken die zien op de persoon van de verdachte:
het strafblad van de verdachte van 11 juli 2025;
een psychologisch onderzoek Pro Justitia-rapport van 3 oktober 2025;
een reclasseringsadvies van 12 december 2025.
Het strafblad van de verdachte bevat geen veroordelingen die relevant zijn voor de op te leggen straf en maatregel.
Uit het rapport van de psycholoog blijkt – samengevat – dat bij de verdachte geen stoornis kan worden vastgesteld. Er komen onvoldoende aanwijzingen voor een pedofiele stoornis naar voren, al valt deze niet uit te sluiten. Hoewel er enkele (afhankelijke) persoonlijkheidstrekken naar voren komen, kan evenmin van een persoonlijkheidsstoornis worden gesproken. Geadviseerd wordt om het tenlastegelegde de verdachte toe te rekenen. Het recidiverisico wordt geschat op laag, waarbij wordt opgemerkt dat het mogelijk in werkelijkheid hoger ligt. Omdat geen stoornis kan worden vastgesteld en geadviseerd, is het tenlastegelegde de verdachte toe te rekenen. Er wordt geen noodzaak gezien voor behandeling in een forensisch kader.
Uit het reclasseringsadvies blijkt dat het recidiverisico wordt ingeschat op laag – gemiddeld.
Bij een veroordeling heeft de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden geadviseerd, waaronder een contactverbod met de slachtoffers, een ambulante behandeling, het vermijden van contact met minderjarigen, het vermijden van kinderporno en het geven van openheid ten aanzien van relaties. De reclassering heeft bij oplegging van bijzondere voorwaarden de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan geadviseerd.
Oplegging van een gevangenisstraf
Gelet op de ernst van de feiten, de straffen die in soortgelijke gevallen zijn opgelegd en al het overige dat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere sanctie dan een straf die een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
De oplegging van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de verdediging is verzocht, zou beperkt zijn tot een gevangenisstraf voor de duur van ten hoogste vier jaren (artikel 14a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Een dergelijke straf doet echter geenszins recht aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten.
De rechtbank acht, alles afwegende en conform de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf van negen jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Oplegging van een 38z-maatregel
De rechtbank zal ambtshalve ter bescherming van anderen een gedragsbeïnvloedende- en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van die maatregel is voldaan. De verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan misdrijven als omschreven in de artikelen 240b (oud), 244 (oud), 247 (oud), 249, 250 en 252 van het Wetboek van Strafrecht. Aan de verdachte wordt voor deze strafbare feiten bovendien een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.
Naar het oordeel van de rechtbank is de oplegging van de maatregel in het belang van de bescherming van anderen. De rechtbank heeft daarbij ook gelet op de uitkomsten van het onderzoek naar de persoon van de verdachte. Hieruit blijkt onder andere dat een pedofiele stoornis bij de verdachte niet kon worden vastgesteld, maar dat wel aanwijzingen bestaan voor deze stoornis, zodat deze niet kan worden uitgesloten. Die aanwijzingen ziet de rechtbank ook in de aard, ernst en combinatie van de bewezenverklaarde feiten. Aangezien de rechtbank meer bewezen heeft verklaard dan de verdachte ten tijde van de persoonsonderzoeken heeft toegegeven en deze omstandigheden niet in voornoemd onderzoek zijn betrokken, valt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende uit te sluiten dat, nadat de verdachte zijn straf heeft uitgezeten, alsdan alsnog de noodzaak bestaat de verdachte langdurig onder toezicht te stellen. De rechtbank zal daarom de 38z-maatregel opleggen.
7. De vorderingen van de benadeelde partijen/de schadevergoedingsmaatregelen
7.1.
De vorderingen
De vordering namens [slachtoffer 1]
[naam 1] en [naam 2] hebben zich als wettelijke vertegenwoordigers van [slachtoffer 1] als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vorderen namens haar een schadevergoeding van primair € 15.500,-, subsidiair € 12.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
De vordering namens [slachtoffer 2]
[naam 1] en [naam 2] hebben zich als wettelijke vertegenwoordigers van [slachtoffer 2] als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vorderen namens haar een schadevergoeding van € 6.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
7.2.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van beide vorderingen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.3.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de vorderingen deels niet-ontvankelijk te verklaren of af te wijzen, dan wel sterk te matigen. De vordering van [slachtoffer 2] is onevenredig hoog volgens de raadsvrouw. Het geven van één tongzoen valt niet onder categorie 15.3 van de Rotterdamse Schaal. Voor wat betreft de vordering van [slachtoffer 1] is tevens om matiging verzocht, als een deel van de ten laste gelegde handelingen niet bewezen zou kunnen worden. Bovendien ontbreekt een DSM-5-diagnose.
7.4.
Het oordeel van de rechtbank
Voor beide vorderingen geldt het volgende. Artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek geeft recht op vergoeding van andere schade dan vermogensschade in geval van ‘aantasting in de persoon op andere wijze’. Van de bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. De aard en de ernst van de normschending kan echter meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
De vordering namens [slachtoffer 1]
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat
[slachtoffer 1] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de bij dagvaarding I onder 1, 2 3 en 4 bewezenverklaarde feiten. De aard en de ernst van de normschending van die feiten zijn zodanig dat de nadelige gevolgen daarvan voor haar zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen, ook zonder vaststelling van geestelijk letsel naar objectieve maatstaven. Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op de vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 15.500,-. De rechtbank heeft bij de vaststelling van dit bedrag aansluiting gezocht bij de Rotterdamse Schaal categorie 15.2a (ontucht met binnendringen voor verkrachting, artikel 244 Sr (oud) en artikel 245 Sr (oud), meest ernstig). Het misbruik speelde zich namelijk af gedurende een periode van ruim twee jaar. Bovendien was sprake van vergaande seksuele handelingen, waaronder het vaginaal en anaal binnendringen met het geslachtsdeel van de verdachte. Ook had de benadeelde partij een vertrouwensband met de verdachte.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering toewijzen tot een bedrag van
€ 15.500,-, bestaande uit immateriële schade. De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 14 november 2022, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Aangezien de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor de bij dagvaarding I onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbare feiten worden veroordeeld en hij is daarom tegenover [slachtoffer 1] aansprakelijk voor schade die door deze feiten aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 15.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2022 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 1] .
De vordering namens [slachtoffer 2]
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat
[slachtoffer 2] rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 3 bewezenverklaarde feit. De aard en de ernst van de normschending van dat feit is zodanig dat de nadelige gevolgen daarvan voor haar zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op de vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 5.000,-. De rechtbank heeft bij de vaststelling van dit bedrag aansluiting gezocht bij de Rotterdamse Schaal categorie 15.3b (aanranding, artikel 246 Sr (oud), meest ernstig). Bij de benadeelde partij, die ten tijde van het bewezenverklaarde zeer jong was, zijn ontuchtige handelingen gepleegd, die bestonden uit het tongzoenen en het aanraken van de billen en de bilspleet en er was sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen de verdachte en de benadeelde partij.
Gelet op het voorgaande zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 5.000,-, bestaande immateriële schade.
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 1 juli 2024 omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Aangezien de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
De verdachte zal voor de bij dagvaarding I onder 3 bewezenverklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover [slachtoffer 2] aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 2] .

8.De inbeslaggenomen voorwerpen

8.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst met inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) genoemde voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de Toshiba 2TB aan de verdachte terug te geven, aangezien op die gegevensdrager persoonlijke foto’s van de verdachte staan.
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 2 tot en met 5 genoemde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het bij dagvaarding II bewezenverklaarde feit is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Met betrekking tot het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp (de harddisk van het merk Toshiba) overweegt de rechtbank als volgt.
Op grond van artikel 36b tot en met 36d van het Wetboek van Strafrecht kan onder de in die bepalingen genoemde omstandigheden de onttrekking aan het verkeer van een inbeslaggenomen voorwerp worden opgelegd als dat voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
Het wettelijk stelsel verzet zich er niet tegen dat als de onttrekking aan het verkeer wordt opgelegd, na een daartoe strekkend verzoek van de verdediging wordt gelast dat aan de verdachte (een kopie van) één of meer bestanden die zich op de gegevensdrager bevinden, wordt (of worden) verstrekt. [1] Het gaat er daarbij in de kern om of het belang van de verdachte bij het verkrijgen van de beschikking over (een kopie van) één of meer bestanden zo zwaarwegend is dat nadere inspanningen van politie en justitie mogen worden verlangd om het verstrekken daarvan te realiseren.
Verder moet een verzoek tot verstrekking van één of meer bestanden die zich op een – mogelijk voor onttrekking aan het verkeer in aanmerking komende – gegevensdrager bevinden, zo tijdig, concreet en onderbouwd moet zijn, dat dit het openbaar ministerie in staat stelt voorafgaand aan of op de terechtzitting een standpunt in te nemen en de rechter in de gelegenheid stelt daarover een beslissing te nemen op basis van alle relevante omstandigheden. [2]
De rechtbank overweegt dat aan het verzoek van de verdediging alleen ten grondslag ligt dat op de Toshiba harddisk rond de 50.000 persoonlijke foto’s en video’s van de verdachte staan. Dit verzoek is pas voor het eerst tijdens het pleidooi op de inhoudelijke terechtzitting gedaan. Bovendien heeft de politie vastgesteld dat er 4.618 foto’s en 354 video’s aan kinderpornografisch materiaal op die harde schijf stonden. Dit brengt met zich dat grote hoeveelheden strafbare en niet-strafbare bestanden op dezelfde harddisk staan, terwijl de verdachte zich daarvan ook bewust was. Verstrekking van een kopie van de verzochte bestanden leidt naar het oordeel van de rechtbank tot een onevenredig tijdsbeslag voor het scheiden van de strafbare en niet-strafbare bestanden. Concluderend zal de rechtbank, hoewel het verzoek van de verdediging valt te begrijpen, ook dit voorwerp onttrekken aan het verkeer, aangezien met betrekking tot dit voorwerp het bij dagvaarding II bewezenverklaarde feit is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
De rechtbank merkt ten overvloede op dat de officier van justitie ter terechtzitting heeft geopperd dat de raadsvrouw een verzoek aan de zedenpolitie kan doen om een aantal persoonlijke foto’s te kopiëren.

9.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36f, 38z, 55, 57, 240b (oud), 244 (oud), 247 (oud), 249, 250, 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1, 2, 3, en 4 ten laste gelegde feiten en het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
ten aanzien van dagvaarding I
ten aanzien van feit 1:
verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 2:
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 3:
aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 4:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;
ten aanzien van dagvaarding II
een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, in bezit hebben of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
en
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken, verwerven, in bezit hebben of zich daartoe de toegang verschaffen, terwijl van het begaan van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
NEGEN (9) JAREN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
legt aan de verdachte op
de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
de vorderingen tot schadevergoeding
wijst de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen (deels) toe en veroordeelt de verdachte om te betalen:
ten aanzien van dagvaarding I feiten 1, 2, 3 en 4
een bedrag van € 15.500,-, bestaande uit immateriële schade, aan [naam 1] en [naam 2] ten behoeve van [slachtoffer 1] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2022 tot de dag waarop deze vordering is betaald; en
ten aanzien van dagvaarding I, feit 3
een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, aan [naam 1] en [naam 2] ten behoeve van [slachtoffer 2] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 1 juli 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald;
bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
de schadevergoedingsmaatregelen
legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen:
een bedrag van € 15.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2022 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald aan [naam 1] en [naam 2] ten behoeve van [slachtoffer 1] ;
een bedrag van € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juli 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald aan [naam 1] en [naam 2] ten behoeve van [slachtoffer 2] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van € 15.500,- niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 102 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag van € 5.000,- niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 50 dagen. De toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;
de inbeslaggenomen goederen
verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1 tot en met 5 genoemde voorwerpen, te weten:
harddisk (omschrijving: PL1500-2025007459-3272559, Toshiba);
1 harddisk (omschrijving: PL1500-2025007459-3272555, Ewent);
1 computer (omschrijving: PL1500-2025007459-3272546, Acer);
1 harddisk (omschrijving: PL1500-2025007459-3272551, Seagate);
1 harddisk (omschrijving: PL1500-2025007459-3272554, Platinum).
Dit vonnis is gewezen door
mr. G.P. Verbeek, voorzitter,
mr. P.C. Goilo-Kam, rechter,
mr. S.N. Mentrop-Huliselan, rechter,
in tegenwoordigheid van R.O. Hollander, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 januari 2026.
Bijlage I
Dagvaarding I
1
hij op één of meer momenten in of omstreeks de periode van 1 juli 2024
tot en met 7 januari 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, met een
kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013
één of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden
uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten:
- het (onder de kleding) aanraken van de anus en/of de vagina van die [slachtoffer 1]
en/of
- het tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer 1] en/of het
(vervolgens) laten aanraken en/of aftrekken en/of likken van en/of
zuigen aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en/of
- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn,
verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en/of
- het (met de hand en/of vinger(s)) wrijven over en/of aanraken van de
clitoris van die [slachtoffer 1] en/of het brengen van zijn hand en/of
vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1]
en/of
- het brengen van zijn hand en/of vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 1]
en/of
- het likken aan de anus en/of vagina van die [slachtoffer 1] en/of
- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn,
verdachtes, penis in de vagina en/of anus, althans tussen de
schaamlippen en/of billen van die [slachtoffer 1] en/of
- het door die [slachtoffer 1] met de vingers laten binnendringen in de
eigen vagina en/of anus en/of
- het (meermalen) tongzoenen van die [slachtoffer 1] , althans het duwen van zijn, verdachtes, tong in en/of tegen de mond en/of tegen de tong van die [slachtoffer 1]
en/of
- het aanraken van en/of knijpen in en/of slaan op de billen van die [slachtoffer 1] ;
2
hij op één of meer momenten in of omstreeks de periode van 14
november 2022 tot en met 30 juni 2024 te [plaats 2] , althans in Nederland,
met
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013
die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,
één of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede
bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1]
, te weten
- het (onder de kleding) aanraken van de anus en/of de vagina van die [slachtoffer 1]
en/of
- het tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer 1] en/of het
(vervolgens) laten aanraken en/of aftrekken en/of likken van en/of
zuigen aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en/of
-het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn,
verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en/of
- het (met de hand en/of vinger(s)) wrijven over en/of aanraken van de
clitoris van die [slachtoffer 1] en/of het brengen van zijn hand en/of
vinger(s) in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1]
en/of
- het brengen van zijn hand en/of vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 1]
en/of
- het likken aan de anus en/of vagina van die [slachtoffer 1] en/of
- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn,
verdachtes, penis in de vagina en/of anus, althans tussen de
schaamlippen en/of billen van die [slachtoffer 1] en/of
- het door die [slachtoffer 1] met de vingers laten binnendringen in de
eigen vagina en/of anus en/of
- het (meermalen) tongzoenen van die [slachtoffer 1]
,althans het duwen van zijn, verdachtes, tong in en/of tegen de mond en/of tegen de tong van die [slachtoffer 1]
en/of
- het aanraken van en/of knijpen in en/of slaan op de billen van die [slachtoffer 1]
;
3
hij op één of meer momenten in of omstreeks de periode van 1 juli 2024
tot en met 7 januari 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, met (een)
kind(eren) beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 en/of
- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2016,
één of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
- het (onder de kleding) aanraken van de anus en/of de vagina van die [slachtoffer 1]
en/of
- het tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer 1] en/of het
(vervolgens) laten aanraken en/of aftrekken en/of likken van en/of
zuigen aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en/of
- het likken aan de anus en/of vagina van die [slachtoffer 1] en/of
- het (meermalen) tongzoenen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]
, althans het duwen van zijn, verdachtes, tong in en/of tegen
de mond en/of tegen de tong van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]
en/of
- het aanraken van en/of knijpen in en/of slaan op de billen van die [slachtoffer 1]
en/of die [slachtoffer 2] en/of
- het (met de hand en/of vinger(s)) aanraken en/of kietelen van de anus
en/of de bilspleet van die [slachtoffer 2] ;
4
hij op één of meer momenten in of omstreeks de periode van 14
november 2022 tot en met 30 juni 2024 te [plaats 2] , althans in Nederland,
met
- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 en/of
- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2016,
die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt,
buiten echt,
één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten:
- het (onder de kleding) aanraken van de anus en/of de vagina van die [slachtoffer 1]
en/of
- het tonen van zijn, verdachtes, penis aan die [slachtoffer 1] en/of het
(vervolgens) laten aanraken en/of aftrekken en/of likken van en/of
zuigen aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] en/of
- het likken aan de anus en/of vagina van die [slachtoffer 1] en/of
- het (meermalen) tongzoenen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]
, althans het duwen van zijn, verdachtes, tong in en/of tegen
de mond en/of tegen de tong van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]
en/of
- het aanraken van en/of knijpen in en/of slaan op de billen van die [slachtoffer 1]
en/of die [slachtoffer 2] en/of
- het (met de hand en/of vinger(s)) aanraken en/of kietelen van de anus
en/of de bilspleet van die [slachtoffer 2] ;
Dagvaarding II
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 oktober 2022 tot en met 27 januari 2025 te [plaats 2] , gemeente Westland, althans (elders) in
Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
telkens
(in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar
nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft
- verworven en/of
- in bezit heeft gehad en/of
- zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst
de toegang daartoe heeft verschaft, en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 27 januari 2025, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft
- verworven en/of
- in bezit heeft gehad en/of
- zich daartoe de toegang heeft verschaft,
te weten
- afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of
- visuele weergaven en/of
- gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een Acer Aspire desktop en/of een tweetal harde schijven en/of een viertal HDD’s (van het merk Seagate en/of Platinum en/of Toshiba),
waarop (telkens) te zien is dat:
een minderjarig persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of een voorwerp en/of een vinger/hand en/of een mond/tong
en/of
een ander persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door een minderjarig persoon met een penis en/of een vinger/hand
en/of
een minderjarig persoon zichzelf oraal, vaginaal en/of anaal penetreert met een voorwerp en/of een vinger/hand
(zie afbeeldingen/visuele weergaven #01 t/m #09 in Toonmap + proces-verbaal pagina 194 en 205-207)
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen en/of de borsten en/of een ander lichaamsdeel van een minderjarig persoon wordt/worden aangeraakt met een penis en/of een vinger/hand en/of een voorwerp en/of een mond/tong
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen en/of de borsten en/of een ander lichaamsdeel van een ander persoon wordt/worden aangeraakt door een minderjarig persoon met een penis en/of een vinger/hand en/of een voorwerp en/of een mond/tong
en/of
een minderjarig persoon het eigen geslachtsdeel en/of de eigen billen en/of de eigen borsten en/of een ander eigen lichaamsdeel aanraakt met een vinger/hand en/of een voorwerp en/of een mond/tong
(zie afbeeldingen/visuele weergaven #10 t/m #11 in Toonmap + proces-verbaal pagina 195 en 208)
en/of
een minderjarig persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd door een dier
en/of
het geslachtsdeel en/of de billen en/of de borsten en/of een ander lichaamsdeel van een minderjarig persoon wordt/worden gelikt door een dier
en/of
het geslachtsdeel van een dier in de mond wordt genomen, wordt gelikt en/of wordt aangeraakt door een minderjarig persoon
(zie afbeelding/visuele weergave #12 in Toonmap + proces-verbaal pagina 195 en 208)
en/of
een minderjarig persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn leeftijd past en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(zie afbeeldingen/visuele weergaven #13 t/m #16 + proces-verbaal pagina 195 en 209)
en/of
dat bij/op het lichaam/gezicht van een minderjarig persoon wordt gemasturbeerd
en/of
sperma wordt gespoten en/of zichtbaar wordt gemaakt op het lichaam van een
minderjarig persoon
en/of
een penis dicht bij het lichaam van een minderjarig persoon wordt gebracht en/of
gehouden
(zie afbeeldingen/visuele weergaven #17 t/m #21 + proces-verbaal pagina 195 en
210-211)
terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Voetnoten

1.HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716, r.o. 3.5.4.
2.HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716, r.o. 3.5.6.