ECLI:NL:RBDHA:2026:9985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Letland verantwoordelijk wordt geacht voor de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 21 april 2026, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde niet. De rechtbank heeft het onderliggende beroep ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet noodzakelijk is.
Op basis hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.