ECLI:NL:RBDOR:2001:AB1530
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bijdrage op grond van de Deltawet voor kosten aanpassing effluentleiding bij dijkversterking
Het dagelijks bestuur van het Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden vordert een bijdrage van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat voor de kosten van aanpassing van de effluentleiding van een afvalwaterzuiveringsinstallatie te Sliedrecht. Deze aanpassing was noodzakelijk vanwege de versterking van de rivierdijk, een werk als bedoeld in de Deltawet.
De staatssecretaris wees het verzoek af, stellende dat de kosten van het verleggen van kabels en leidingen niet onder artikel 5 lid 3 van Pro de Deltawet vallen, maar mogelijk onder artikel 5 lid Pro 2, en dat eiser deze kosten via nadeelcompensatie bij het Hoogheemraadschap zou moeten claimen. De rechtbank overweegt dat de tekst en toelichting van de Deltawet onvoldoende steun bieden voor deze uitleg.
De rechtbank stelt vast dat de aanpassing van de effluentleiding een noodzakelijke voorziening is als gevolg van de dijkversterking en dat eiser daartoe verplicht was op grond van vergunningvoorwaarden. Daarom kwalificeert eiser als degene die uit anderen hoofde verplicht is tot uitvoering, waardoor recht bestaat op een 100% bijdrage volgens artikel 5 lid 3 juncto Pro artikel 3 lid 2 van Pro de Deltawet.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt vergoeding van het betaalde griffierecht. De vraag of de effluentleiding zelf als waterstaatswerk moet worden beschouwd, behoeft geen beantwoording.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiser recht heeft op 100% bijdrage van de kosten voor aanpassing van de effluentleiding en vernietigt het bestreden besluit.