ECLI:NL:RBDOR:2001:AD6418
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.C. Smid
- M.E. Kramer
- W.P. Sprenger
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken ontuchtig karakter bij seksuele handelingen tussen jeugdigen met gering leeftijdsverschil
De rechtbank Dordrecht behandelde de zaak van een verdachte geboren in 1986, die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige. Tijdens de terechtzitting met gesloten deuren op 1 november 2001 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en het verweer van de verdediging, die vrijspraak bepleitte.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het meisje heeft gedwongen tot de ten laste gelegde handelingen. Daarbij werd rekening gehouden met de parlementaire behandeling van de zedenwetgeving, waarin seksuele handelingen tussen jeugdigen met een gering leeftijdsverschil niet zonder meer als ontuchtig worden beschouwd.
Hoewel de rechtbank aannam dat verdachte de seksuele handelingen heeft verricht, vond zij dat deze niet als ontuchtig in de zin van artikel 245 Sr Pro konden worden aangemerkt omdat de betrokkenen een liefdesrelatie hadden en slechts een jaar in leeftijd verschilden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde.
De officier van justitie had een taakstraf en jeugddetentie geëist, maar deze vordering werd door de rechtbank niet gevolgd vanwege het ontbreken van een ontuchtig karakter en dwang. De uitspraak werd gedaan op 15 november 2001 door een meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat seksuele handelingen ontuchtig waren of onder dwang plaatsvonden.