ECLI:NL:RBDOR:2001:AD7592
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.M. van Dun
- H.T.J.F. Verhappen
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring APV-bepaling wegens feitelijke onmogelijkheid exploitatie seksinrichting
Eisers verzochten om een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting in de gemeente Papendrecht. De gemeente had een vergunningstelsel ingevoerd waarbij maximaal drie vergunningen binnen een aangewezen gebied (Oosteind) konden worden verleend. De aanvraag werd geweigerd omdat het bestemmingsplan vestiging buiten dit gebied niet toestond.
De rechtbank oordeelde dat de APV-bepaling die vergunningen beperkt tot het bedrijventerrein Oosteind feitelijk de exploitatie van seksinrichtingen onmogelijk maakt, omdat het bestemmingsplan vestiging daar niet toestaat en er geen passende bedrijfsruimte beschikbaar is. Dit maakt het vergunningstelsel illusoir en strijdig met de Grondwet (vrijheid van arbeidskeuze) en de Gemeentewet.
Daarnaast werd vastgesteld dat eiseres sub 2 niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat zij geen rechtstreeks betrokken belang had bij het individuele besluit. De rechtbank vernietigde het besluit tot weigering van de vergunning en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de vergunning omdat het vergunningstelsel de exploitatie van seksinrichtingen feitelijk onmogelijk maakt.