ECLI:NL:RBDOR:2002:AD8997
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Heij
- Halk
- Van Baal
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van stil pandrecht op vorderingen en inzagerecht curator in faillissement
De zaak betreft een geschil tussen de bank en de curator van de gefailleerde vennootschappen Autocar en Transocar over de rechtsgeldigheid van een stil pandrecht op vorderingen en de verplichting van de curator tot inzage in de administratie.
De bank had aan Autocar een krediet verstrekt en als zekerheid een stil pandrecht op vorderingen verkregen, waaronder vorderingen die niet expliciet op de computerlijsten stonden maar wel uit de administratie konden worden vastgesteld. De pandakte was geregistreerd op 4 augustus 1999, kort voor het faillissement van beide vennootschappen op 25 augustus 1999.
De curator betwistte dat de vorderingen die niet op de computerlijsten stonden voldoende bepaald waren en voerde aan dat een bepaalde vordering pas na faillissement was ontstaan, waardoor verpanding niet mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat de vorderingen wel voldoende bepaalbaar waren aan de hand van de administratie en dat de vordering die na faillissement ontstond feitelijk al op 24 juni 1999 was ontstaan.
Verder werd geoordeeld dat de curator verplicht is de bank inzage te verlenen in de administratie om mededeling aan debiteuren van de verpanding mogelijk te maken. De curator werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis bevestigt het pandrecht en het inzagerecht van de bank ondanks het faillissement.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het stil pandrecht rechtsgeldig en beveelt de curator inzage te verlenen in de administratie.