ECLI:NL:RBDOR:2002:AE6137
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 65-80% na myocardinfarct
Eiser, die sinds 26 augustus 1999 arbeidsongeschikt is als gevolg van een myocardinfarct, heeft bezwaar gemaakt tegen de toekenning van een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80% per 29 juli 2000. De verzekeringsarts heeft op basis van dossieronderzoek en eigen onderzoek vastgesteld dat eiser in staat is lichte, stressarme werkzaamheden tot vier uur per dag te verrichten. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderschrijven deze conclusie en geven aan dat de aangeduide functies binnen het belastbaarheidspatroon van eiser vallen.
Eiser betoogt dat hij door zijn medische klachten niet in staat is de hem voorgehouden functies te verrichten en dat de functies niet in voldoende mate beschikbaar zijn voor vier uur per dag. De rechtbank oordeelt echter dat eiser geen aanvullende medische informatie heeft overgelegd die het oordeel van de verzekeringsarts ondermijnt. Ook is vastgesteld dat de functies passend zijn binnen de beperkingen en dat de schatting van de beschikbare uren realistisch is.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en inhoudelijk concludent is. Daarom houdt zij het besluit in stand en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt niet behandeld en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80% wordt bevestigd.