ECLI:NL:RBDOR:2002:AF2278
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing bouwvergunning en vrijstelling wegens verlopen verklaring van geen bezwaar
Verweerders verleenden op 22 januari 2002 een bouwvergunning en vrijstelling voor het bouwen van 33 appartementen en 7 dijkwoningen, met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 2 juli 2002 werd afgewezen. Hiertegen stelde verzoeker beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de geldigheidsduur van de specifieke verklaring van geen bezwaar, die door Gedeputeerde Staten was verleend, ten tijde van de beslissing op bezwaar was verstreken. Dit vormde een beletsel voor handhaving van de vrijstelling en bouwvergunning. De bouwplannen waren in strijd met het geldende bestemmingsplan, waarvoor de vrijstelling noodzakelijk was.
Gezien de verstreken geldigheidsduur van de verklaring en de daarmee samenhangende twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Zowel het primaire besluit als het bestreden besluit werden geschorst. Tevens werd de gemeente Alblasserdam verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en zowel het primaire besluit als het bestreden besluit worden geschorst.