ECLI:NL:RBDOR:2005:AU3101
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen medehuur of onderhuur, gedaagde verblijft zonder recht in woning
De Stichting Forta verhuurt sinds 1993 een woning aan mevrouw [Z], de moeder van gedaagde [X1]. Na het vertrek van mevrouw [Z] uit de woning in 2002 is [X1] daar gaan wonen. Forta heeft het verzoek tot medehuur van de zoon van mevrouw [Z] afgewezen en ook het medehuurverzoek van [X1] is niet gehonoreerd.
Gedaagde betoogt dat hij medehuurder is op grond van langdurig verblijf en het voortzetten van de huur na vertrek van zijn moeder, terwijl Forta stelt dat geen sprake is van medehuur of onderhuur en dat [X1] zonder recht of titel in de woning verblijft.
De kantonrechter stelt vast dat geen rechtsgeldige medehuur is ontstaan, mede omdat er geen gezamenlijk verzoek is ingediend en er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding is. Ook is geen onderhuur aangetoond. Daarom is [X1] zonder recht in de woning en wordt hij veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening van het vonnis. Een vordering tot schadevergoeding wegens huurachterstand wordt afgewezen omdat [X1] betalingen heeft verricht.
De vordering van [X1] tot medehuur wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde verblijft zonder recht in de woning en wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening.