ECLI:NL:RBDOR:2006:AX2867
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid boetebeding en schending non-concurrentiebeding door oprichting concurrerend bedrijf binnen verboden straal
In deze zaak staat de vraag centraal of gedaagde het non-concurrentiebeding uit zijn arbeidsovereenkomst heeft overtreden door een concurrerend bedrijf te vestigen binnen een straal van 50 km rond Sliedrecht.
Uit getuigenverklaringen en eigen gedragingen van gedaagde blijkt dat hij inderdaad een onderneming heeft gestart in een plaats binnen de verboden straal, ondanks zijn stelling dat hij vanuit een andere locatie opereerde. Het boetebeding in de overeenkomst, dat matiging uitsluit, wordt door de rechtbank nietig verklaard op grond van artikel 6:94 lid 3 BW Pro.
Eiseres vordert onder meer naleving van het concurrentiebeding, betaling van boetes en schadevergoeding. De rechtbank wijst de vordering tot naleving toe en geeft eiseres de mogelijkheid om de geleden schade, inclusief reputatieverlies, nader te onderbouwen. De overige vorderingen, waaronder betaling van boetes, worden afgewezen vanwege de nietigheid van het boetebeding en onvoldoende onderbouwing van de schade.
De reconventionele vorderingen van gedaagde worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter E.D. Rentema op 18 mei 2006.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot naleving van het non-concurrentiebeding en eiseres krijgt gelegenheid haar schade nader te onderbouwen; het boetebeding is nietig verklaard.