ECLI:NL:RBDOR:2006:AY7377
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag politiefunctionaris wegens ernstig plichtsverzuim en integriteitsschending
Eiser, een politiecentralist, werd op 1 juli 2005 onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het niet ingrijpen bij ongeoorloofd gebruik van surveillanceauto's buiten de regiogrenzen, seksistische en racistische uitlatingen, en het aanmoedigen van onjuist gedrag van collega's.
Na een uitgebreid disciplinair onderzoek waarbij 22 medewerkers betrokken waren, handhaafde de korpsbeheerder het ontslagbesluit. Eiser voerde onder meer aan dat het bewijsmateriaal onrechtmatig was verkregen, dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden en dat de straf disproportioneel was.
De rechtbank oordeelde dat het bewijsmateriaal, waaronder uitluisterde gesprekken, toelaatbaar was en dat eiser zich schuldig had gemaakt aan plichtsverzuim. Het gebruikte toetsingskader voor straftoemeting was consistent en niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. De opgelegde straf was niet onevenredig gezien de ernst van de gedragingen en het belang van integriteit binnen het korps.
Het beroep op artikel 6 EVRM Pro werd verworpen omdat dit artikel niet van toepassing is op disciplinaire procedures tegen ambtenaren belast met overheidstaken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard.