ECLI:NL:CRVB:2009:BH1794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag wegens plichtsverzuim centralist politie na onjuiste vaststelling omvang plichtsverzuim
Appellant, een centralist bij de politie, werd ontslagen wegens plichtsverzuim na een onderzoek naar het overschrijden van regiogrens met dienstauto's en ongepast gedrag. De korpsbeheerder stelde dat appellant niet had ingegrepen bij ritten naar Amsterdam en Rotterdam en dat hij seksistische en racistische opmerkingen had gemaakt.
De Raad oordeelde dat het bewijs van onrechtmatig verkregen bewijs niet aannemelijk was en dat het uitluisteren van geluidsopnamen voor het disciplinaire onderzoek was toegestaan. Wel stelde de Raad vast dat de korpsbeheerder de omvang van het plichtsverzuim niet volledig juist had vastgesteld: het plichtsverzuim bij de rit naar Rotterdam was niet bewezen en appellant had zijn collega’s niet aangemoedigd.
Hoewel het taalgebruik van appellant ongepast was, was er geen sprake van een racistische instelling. Gezien deze relativering achtte de Raad het ontslag niet meer evenredig en vernietigde het besluit. De korpsbeheerder moet opnieuw beslissen, waarbij ook schadevergoeding kan worden overwogen. Tevens werd appellant in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt vernietigd wegens onjuiste vaststelling van de omvang van het plichtsverzuim en onevenredigheid van de straf.