ECLI:NL:RBDOR:2006:AY9426
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling aanspraak op nalatenschap bij langstlevendenbeding voor terugvordering WWB-uitkering
Eiseres, kind van een overledene, ontving een WWB-uitkering die door de gemeente Dordrecht werd ingetrokken en teruggevorderd vanaf de overlijdensdatum van haar vader in 2002, omdat zij een erfdeel uit de nalatenschap zou hebben ontvangen. De nalatenschap was belast met een langstlevendenbeding ten gunste van de weduwe, waardoor de aanspraak op de erfenis pas ontstond na het overlijden van de weduwe of het doen van een beroep op de legitieme portie.
Eiseres betwistte de terugvordering vanaf 2002 en stelde dat zij pas vanaf november 2004 over het vermogen kon beschikken, toen een schikking tussen erfgenamen was getroffen en het bedrag daadwerkelijk werd uitgekeerd. De rechtbank overwoog dat noch het moment van overlijden van de erflater, noch de datum van uitbetaling of schikking bepalend is voor het ontstaan van de aanspraak.
De rechtbank stelde vast dat de aanspraak op de nalatenschap pas ontstaat wanneer de legitimaris een beroep doet op betaling van de legitieme portie of op ongeldigheid van het testament, wat niet verplicht is. Dit voorkomt dat erfgenamen gedwongen worden hun legitieme portie direct op te eisen en zo hun recht op bijstand verliezen.
Daarom werd het besluit van de gemeente vernietigd en werd de terugvordering van de WWB-uitkering beperkt tot de periode vanaf november 2004. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering WWB-uitkering vanaf 2002 wordt vernietigd.