ECLI:NL:RBAMS:2012:BX9911
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering bijstand wegens nalatenschap met vruchtgebruik en bewind
Eiseres ontving bijstand over de periode van 11 augustus 2009 tot 31 juli 2011. Verweerder vorderde deze bijstand terug omdat eiseres later middelen ontving uit een nalatenschap. Eiseres stelde dat terugvordering pas mogelijk is vanaf het overlijden van de vruchtgebruiker, omdat zij pas toen over haar erfdeel kon beschikken.
De rechtbank stelt vast dat de aanspraak op het erfdeel ontstaat bij het overlijden van de erflater, in dit geval 11 augustus 2009. Hoewel het vruchtgebruik en de onderbewindstelling het directe beschikken over het erfdeel belemmeren, verandert dit niets aan het moment waarop de aanspraak ontstaat. De later ten gelde gemaakte middelen worden toegerekend aan de periode vanaf het ontstaan van de aanspraak.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Raad en oordeelt dat verweerder bevoegd was de bijstand terug te vorderen vanaf het overlijden van de erflater. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, ook niet vanwege de bewindvoering of het feit dat eiseres slechts de vruchten van het erfdeel ontvangt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van bijstand vanaf het overlijden van de erflater.