ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ1626
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening dagloon WW-uitkering met terugwerkende kracht in bouwnijverheid
Eiser verzocht het UWV om herziening van zijn WW-dagloon, omdat het dagloon in de sector bouwnijverheid onjuist was vastgesteld doordat het werknemersdeel van de premie voor het Vroegpensioen niet als loon werd meegeteld. Het UWV had een gedragslijn opgesteld waarbij alleen lopende uitkeringen na een herzieningsverzoek worden aangepast, en niet ambtshalve met terugwerkende kracht.
De rechtbank overwoog dat het oorspronkelijke besluit rechtsgeldig was en dat de kennelijke onjuistheid geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De gedragslijn van het UWV werd niet als kennelijk onredelijk beoordeeld. De rechtbank stelde dat het bestuursorgaan niet verplicht is om kennelijk onjuiste besluiten ambtshalve te herzien.
Eiser stelde dat de ongelijkheid tussen sectoren discriminerend was en dat het UWV inconsistent handelde, maar de rechtbank verwierp deze argumenten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank gaf aan dat het belang van rechtszekerheid en de wettelijke termijnen voor rechtsmiddelen een terughoudende toetsing vereisen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot herziening van het dagloon met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard.