ECLI:NL:RBDOR:2007:BA1901
Rechtbank Dordrecht
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling wegens ontbreken delictgevaar
De rechtbank Dordrecht behandelde op 29 maart 2007 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege voor de duur van één jaar van een terbeschikkinggestelde die sinds 2002 in behandeling was na veroordeling voor ernstige delicten, waaronder doodslag en verkrachting.
De rechtbank nam kennis van het advies van F.P.C. Veldzicht en een verklaring van een getuige-deskundige, waarin werd gesteld dat verlenging noodzakelijk zou zijn vanwege delictgevaar. De terbeschikkinggestelde had echter geen verloven vanwege zijn status als ongewenst vreemdeling, waardoor het recidiverisico niet toetsbaar was. De behandeling werd daardoor gefrustreerd en het voortduren van de maatregel leek meer op een gevangenisstraf dan op een behandeltraject.
De rechtbank concludeerde dat onvoldoende onderbouwing bestond voor het gevaarscriterium en dat de terbeschikkinggestelde alle intramurale behandelingen succesvol had afgerond. De verlenging van de maatregel zou daarom niet gerechtvaardigd zijn. Hoewel de rechtbank betreurde dat de maatregel werd beëindigd zonder begeleide terugkeer in de samenleving, was dit volgens haar niet in strijd met de wettelijke gronden.
De rechtbank wees de vordering tot verlenging af en beëindigde daarmee de terbeschikkingstelling, ondanks de complexiteit rondom repatriëring naar België en de problematiek van de terbeschikkinggestelde als ongewenst vreemdeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verlenging van de terbeschikkingstelling af wegens het ontbreken van voldoende delictgevaar.