ECLI:NL:RBDOR:2007:BA7496
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.A.C. Prins
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering drank- en horecavergunning wegens onvoldoende motivering ernstig gevaar
Eisers vroegen een drank- en exploitatievergunning aan voor een horecabedrijf in Dordrecht, welke door het college van burgemeester en wethouders werd geweigerd op grond van de Wet BIBOB wegens vermoedens van betrokkenheid bij strafbare feiten, waaronder handel in harddrugs.
Verweerders baseerden hun besluit op een BIBOB-advies waarin onder meer werd gewezen op registraties in het register zware criminaliteit en een vermeend zakelijk samenwerkingsverband met hun vader, die eveneens in verband werd gebracht met strafbare feiten. Eisers betwistten deze feiten en stelden dat de registratie onvoldoende concreet was en dat het samenwerkingsverband niet aannemelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de enkele registratie in het register zware criminaliteit onvoldoende overtuigend was zonder inzicht in onderliggende broninformatie en dat het vermeende samenwerkingsverband onvoldoende was onderbouwd. De overige feiten konden ook niet samen leiden tot een overtuigend vermoeden van ernstig gevaar.
Daarom werd het besluit tot weigering van de vergunningen vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel. Tevens bepaalde de rechtbank dat eisers als houder van de vergunningen moesten worden behandeld en veroordeelde verweerders tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de drank- en exploitatievergunningen is vernietigd wegens onvoldoende motivering van ernstig gevaar.