Uitspraak
200606025/1(gepubliceerd in AB 2007, 357) heeft de Afdeling overwogen dat verschillende voorzieningen zijn getroffen ter verhoging van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de in het register zware criminaliteit opgeslagen informatie, waaronder een controle op de betrouwbaarheid van de informanten, waarbij de kwaliteit van de door hen eerder verschafte informatie en hun maatschappelijke positie in ogenschouw wordt genomen. Het is vervolgens aan het Bureau om op basis van diens deskundigheid te beoordelen of de uit dit register aan hem verstrekte informatie, gelet op de overige feiten en omstandigheden van het geval, voldoende steun biedt voor de conclusie dat sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet BIBOB. Op die expertise mag het bestuursorgaan afgaan, tenzij de in het advies vermelde gegevens de bevindingen duidelijk niet kunnen dragen, bijvoorbeeld omdat ze daarvoor te weinig of te weinig directe aanwijzingen bieden of omdat ze in verschillende richtingen wijzen, onderling tegenstrijdig zijn of niet stroken met hetgeen overigens bekend is.