ECLI:NL:RBDOR:2007:BC0163
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen lijst geldelijke regelingen niet-agrarische meerwaarde ruilverkaveling Hoeksche Waard-Oost
Reclamant maakte bezwaar tegen de lijst der geldelijke regelingen in de ruilverkaveling Hoeksche Waard-Oost, stellende dat een gedeelte van zijn ingebrachte grond dat niet aan hem was toegedeeld, maar aan belanghebbende, een niet-agrarische meerwaarde vertegenwoordigde. Hij baseerde dit op gebruik door belanghebbende en eerdere verzoeken tot verkoop van grond tegen hogere prijzen dan agrarische waarde.
De landinrichtingscommissie en de Minister stelden dat de toedeling conform het bestemmingsplan was en dat speculatieve aankopen door particulieren geen objectieve grond voor niet-agrarische meerwaarde vormden. Belanghebbende betwistte dat derden bereid waren tot aankoop boven agrarische waarde en benadrukte de beperkte bruikbaarheid van de grond.
De rechtbank oordeelde dat de peildatum voor waardebepaling de terinzagelegging van het plan van toedeling was in november/december 2000. Op dat moment had de grond een agrarische bestemming zonder plannen tot wijziging. De mogelijkheid van ander gebruik was speculatief en niet relevant voor waardering. Ook de door reclamant genoemde verkopen en onderhandelingen waren onvoldoende onderbouwd en deels na de peildatum.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en veroordeelde reclamant in de kosten van de procedure. De kosten van de landinrichtingscommissie en belanghebbende werden op nihil begroot.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de niet-agrarische meerwaarde wordt ongegrond verklaard en reclamant wordt in de kosten veroordeeld.