Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
bezwaarschriftnummer: 168
lijst der geldelijke regelingen, opgemaakt door de
Landinrichtingscommissiein de ruilverkaveling
"Baarderadeel".
Rechtbank Noord-Nederland
Reclamante heeft bezwaar gemaakt tegen de indeling in nutsklasse 3 in de lijst der geldelijke regelingen (LGR) en tegen de waardering van een aan een naastligger toegedeelde kavel, die volgens haar een niet-agrarische meerwaarde heeft. De rechtbank oordeelt dat de indeling in klasse 3 terecht is, ondanks dat reclamante zelf de locatie heeft bewerkstelligd, omdat het gaat om een algehele samenvoeging op afstand die verbetering oplevert.
Met betrekking tot de meerwaarde van de kavel C1337 stelt de rechtbank dat alleen een redelijke koper op het moment van ter inzage legging van het plan van toedeling bepalend is voor de waardering. De subjectieve bereidheid van de naastligger om meer te betalen is onvoldoende om een niet-agrarische meerwaarde toe te kennen. Er zijn geen redelijke verwachtingen omtrent planologische ontwikkelingen die een hogere waarde rechtvaardigen.
De rechtbank wijst ook het beroep op ongerechtvaardigde verrijking af, omdat het doel van landinrichting juist verbetering van de verkavelingssituatie is, wat doorgaans voordelen oplevert voor eigenaren. Reclamante is niet benadeeld omdat zij agrarische grond heeft ingebracht en ook agrarische grond terugontving.
De bezwaren worden ongegrond verklaard en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De bezwaren van reclamante tegen de lijst der geldelijke regelingen worden ongegrond verklaard en iedere partij draagt de eigen proceskosten.