ECLI:NL:RBDOR:2008:BC5654
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering Wob-informatie door onbevoegde waarnemend korpschef
Eiser verzocht op 15 april 2007 bij de korpschef van Politie Zuid-Holland-Zuid om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Na bezwaar tegen het niet tijdig beslissen, nam de waarnemend korpschef op 5 november 2007 een besluit waarin aanvullende informatie werd verstrekt, maar niet in de door eiser gewenste vorm. Eiser stelde dat de waarnemend korpschef niet bevoegd was om op het bezwaar te beslissen en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De rechtbank oordeelde dat de waarnemend korpschef niet bevoegd was tot het nemen van het bestreden besluit, omdat deze bevoegdheid bij de korpsbeheerder berust en mandaat daartoe niet was verleend. Ondanks deze onbevoegdheid nam de korpsbeheerder het besluit voor zijn rekening, maar de rechtbank vernietigde het besluit inhoudelijk vanwege onvoldoende motivering over de herleidbaarheid van de gevraagde informatie tot natuurlijke personen, het ontbreken van concrete risico’s voor staatsveiligheid en openbare orde, en onduidelijke onderbouwing van het tijdsbeslag.
De rechtbank stelde een termijn van acht weken voor het nemen van een nieuw besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit alsnog was genomen.
Uitkomst: Het besluit van 5 november 2007 is vernietigd wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering; verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen.