ECLI:NL:RBDOR:2008:BI2881
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom tot verwijdering paardenbak wegens strijd met bestemmingsplan
Verzoekers hadden een paardenbak aangelegd op hun perceel, die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Binnenmaas als een bouwvergunningsplichtig bouwwerk werd aangemerkt. Het gebruik van de paardenbak en het houden van paarden werd geoordeeld in strijd te zijn met de bestemming "Groenvoorzieningen" en "Woondoeleinden" volgens het geldende bestemmingsplan. Verzoekers stelden dat het bouwwerk bouwvergunningsvrij was en dat het houden van paarden verenigbaar was met de woonbestemming, mede omdat zij op basis van eerdere mededelingen van de gemeente de woning hadden gekocht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de constructie als geheel, bestaande uit een zandlaag, hekwerken en een overkapping, een bouwwerk vormt dat bouwvergunningsplichtig is. Het houden van paarden in de gegeven woonomgeving werd als ruimtelijk niet verenigbaar met de woonbestemming beoordeeld. De eerdere standpunten van het college werden herzien na bezwaar en de voorzieningenrechter vond geen aanwijzingen voor vooringenomenheid of schending van het gelijkheidsbeginsel.
De belangenafweging leidde tot de conclusie dat handhavend optreden niet onevenredig was, mede gelet op het belang van omwonenden. Verzoekers konden geen gerechtvaardigd vertrouwen opbouwen op basis van eerdere informatie van de gemeente. De last tot verwijdering van de paardenbak werd bevestigd, waarbij de zandlaag mocht blijven liggen. Het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoekers wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tot verwijdering van de paardenbak blijft gehandhaafd.