Uitspraak
200505919/1, heeft de Afdeling het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank van 31 mei 2005 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen weigerde handhavend op te treden tegen het maken van een paardenbak met omheining op een perceel. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van een belanghebbende tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, waarbij zij de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank een onjuiste lezing gaf aan een eerdere uitspraak van de Afdeling van 8 maart 2006. De laag zand van de paardenbak maakt geen deel uit van het bouwwerk, alleen de omheining met kantplank is vergunningplichtig. Omdat de bouwvergunning voor de omheining vóór de uitspraak van de rechtbank was verleend, was er geen overtreding meer.
Daarom vernietigt de Raad van State het oordeel van de rechtbank over het niet in stand laten van de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar en bepaalt dat deze rechtsgevolgen wel in stand blijven. Voor het overige wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar van 30 mei 2006 blijven in stand.