ECLI:NL:RBDOR:2009:BI8643
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor schulden energiebedrijf
Verzoekster heeft bijzondere bijstand gevraagd voor het voldoen van schulden aan het energiebedrijf, welke door de Sociale Dienst Drechtsteden is afgewezen. Verzoekster stelde dat er sprake was van dringende redenen op grond van artikel 49 WWB Pro en het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK), mede vanwege de afsluiting van gas en elektriciteit in haar woning en de gevolgen voor haar kinderen.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekster bij het ontstaan van de schuldenlast en nadien beschikte over middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, zodat op grond van artikel 13 WWB Pro geen recht op bijstand bestaat. Hoewel het bezwaar gegrond werd verklaard dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of de uitzondering van artikel 49 WWB Pro van toepassing was, bleek uit de voorlopige beoordeling dat er geen zeer dringende redenen waren die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
De situatie van verzoekster was schrijnend, maar minder urgent dan in een vergelijkbare zaak (zaak Poulina). De kinderen waren uit huis geplaatst en elders gehuisvest. Verzoekster had niet aannemelijk gemaakt dat zij alle mogelijkheden tot schuldensanering had uitgeput. De afsluiting van gas en elektriciteit rechtvaardigde geen voorlopige voorziening. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor bijzondere bijstand ter voldoening van schulden aan het energiebedrijf wordt afgewezen wegens ontbreken van zeer dringende redenen.