ECLI:NL:RBDOR:2010:BM6106
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.C. Prins
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste grondslag en ondeugdelijke motivering
Eiseres ontving sinds 2004 een bijstandsuitkering en was tijdelijk vrijgesteld van arbeidsverplichting tot eind 2005. Na uitnodigingen voor medisch onderzoek en een gesprek over arbeidsinschakeling, waarop zij niet verscheen, trok het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht haar bijstandsuitkering per 6 januari 2006 in. Eiseres maakte bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
Bij het bestreden besluit handhaafde verweerder de intrekking, stellende dat eiseres de informatieplicht had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Eiseres betwistte dit en verwees naar jurisprudentie die onderscheid maakt tussen de plicht tot het verstrekken van inlichtingen en de plicht tot meewerken aan arbeidsinschakeling, waarbij het laatste geen reden is tot beëindiging van de uitkering maar tot oplegging van een maatregel.
De rechtbank oordeelde dat het niet verschijnen bij de keuring en het niet reageren op de oproep niet kwalificeert als schending van de inlichtingenplicht, maar als niet meewerken aan arbeidsinschakeling. Het besluit tot intrekking berustte daarom op een onjuiste wettelijke grondslag en ondeugdelijke motivering, en werd vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onjuiste grondslag en ondeugdelijke motivering.