ECLI:NL:RBDOR:2010:BN7990
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kinderbijslag wegens niet rechtmatig verblijf volgens AKW
Verzoekers hebben bij de Sociale Verzekeringsbank kinderbijslag aangevraagd voor hun acht thuiswonende kinderen. Dit werd geweigerd omdat verzoekers niet beschikken over een geldige verblijfsvergunning, zoals vereist volgens artikel 6, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Verzoekers maakten bezwaar en stelden beroep in bij de rechtbank Dordrecht, tevens verzochten zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het recht op kinderbijslag een aan de ouders toekomend recht is en dat kinderen geen zelfstandig recht kunnen ontlenen aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Verzoekers kunnen niet als verzekerden in de zin van de AKW worden aangemerkt vanwege hun niet rechtmatige verblijf.
De voorzieningenrechter verwijst naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) waarin het onderscheid naar nationaliteit en verblijfsstatus voor het recht op kinderbijslag wordt gerechtvaardigd. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven) en artikel 14 EVRM Pro (verbod discriminatie) faalt omdat verzoekers niet rechtmatig verblijven en de nationale wetgeving proportioneel is.
Verder is onvoldoende gebleken dat verzoekers of hun kinderen behoren tot een kwetsbare categorie die bijzondere bescherming verdient. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op kinderbijslag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet rechtmatig verblijf.