ECLI:NL:RBDOR:2010:BO7283
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning aanvullende beurs wegens langdurig oninbare alimentatie
Eiser verzocht om een aanvullende beurs op grond van langdurig oninbare alimentatie van zijn vader. Verweerder wees dit af omdat eiser niet had aangetoond dat de alimentatie gedurende twaalf maanden voorafgaand aan de studiefinanciering oninbaar was. Eiser bracht verklaringen in waaruit bleek dat de alimentatie al jaren niet geïnd kon worden en dat verdere pogingen niet opportuun waren.
De rechtbank oordeelde dat uit de stukken en verklaringen voldoende was gebleken dat de alimentatie gedurende ten minste twaalf maanden voorafgaand aan september 2008 oninbaar was. De beroepen van eiser werden daarom gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, waaronder griffierechten en kosten van rechtsbijstand, begroot op € 874,-. De rechtbank benadrukte dat de alimentatie oninbaarheid aantoonbaar was en dat eiser niet verplicht was verdere incassopogingen te doen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en wijst de aanvraag aanvullende beurs toe wegens langdurig oninbare alimentatie.