ECLI:NL:RBDOR:2011:BP1058
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A.F.M. Wouters
- E.H. van der Steeg
- P. Putters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen na schending Salduz-recht
De rechtbank Dordrecht behandelde op 6 januari 2011 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van witwassen van grote geldbedragen. Verdachte was aangehouden en verhoord zonder dat hij vooraf werd gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro en de Salduz-jurisprudentie betekent. Hierdoor werd zijn verklaring uitgesloten van bewijs.
De officier van justitie baseerde zich op overboekingen tussen bedrijven en verklaringen van medeverdachten om het witwassen te bewijzen. De verdediging betoogde dat zonder de verklaring van verdachte en zonder bewijs dat het geld uit een misdrijf afkomstig was, geen wettig bewijs was.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevatte om te concluderen dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld afkomstig was uit een misdrijf. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde witwassen.
De uitspraak bevestigt het belang van het Salduz-recht op advocaat bij verhoor en de gevolgen van schending daarvan voor de bewijsvoering in strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs na schending van het recht op advocaat.