ECLI:NL:RBDOR:2011:BP3750
Rechtbank Dordrecht
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname bij veroordeelde voor bijstandsfraude
Op 23 augustus 2010 werd de veroordeelde door de politierechter veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van gegevens, een misdrijf vergelijkbaar met bijstandsfraude, waarvoor een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uren werd opgelegd.
De officier van justitie beval op grond van deze veroordeling de afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek. De veroordeelde maakte bezwaar tegen de DNA-afname, stellende dat gezien haar leeftijd, het eenmalige karakter van het delict en het ontbreken van recidivegevaar, het bepalen en verwerken van haar DNA niet bijdraagt aan de opsporing of voorkoming van strafbare feiten.
De rechtbank overwoog dat het misdrijf valt onder de categorie waarvoor DNA-afname in beginsel verplicht is, maar dat de wet uitzonderingen kent wanneer het DNA-onderzoek niet van betekenis zal zijn voor opsporing en berechting. Gelet op de aard van het delict en de bijzondere omstandigheden achtte de rechtbank het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van belang en verklaarde het bezwaar gegrond. De rechtbank beval vernietiging van het reeds afgenomen celmateriaal.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is gegrond verklaard en het celmateriaal dient te worden vernietigd.