ECLI:NL:RBDOR:2011:BP8893
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Verzoekers ontvingen een bijstandsuitkering maar verrichtten werkzaamheden in de winkel van de vader zonder dit te melden aan de Sociale Dienst. Verweerder stelde dat hierdoor de inlichtingenplicht was geschonden, wat leidde tot intrekking van de uitkering en terugvordering van de ten onrechte ontvangen bijstand.
Verzoekers betoogden dat het besluit onrechtmatig is, onder meer vanwege vermeende schending van artikel 6 en Pro 3 EVRM en dat zij onterecht worden verdacht van bijstandsfraude. De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking en terugvordering geen strafrechtelijke vervolging vormen en dat de beschermingen van artikel 6, derde lid, EVRM hier niet van toepassing zijn.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekers hun inlichtingenplicht hadden geschonden door het niet melden van de werkzaamheden, ook al was er geen sprake van geldelijk voordeel. Het standpunt van verzoekers dat zij hun vader moesten helpen deed hieraan niet af.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit tot intrekking en terugvordering terecht was genomen en dat er geen aanleiding was voor een voorlopige voorziening. Verzoekers ontvingen een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet en de terugvordering werd gedeeltelijk verrekend met de nieuwe uitkering.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.