ECLI:NL:RBDOR:2011:BT8673
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- C.F.J. de Jongh
- P. Putters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijstellingsbesluit bouw woning wegens onvoldoende archeologisch onderzoek
Verweerder verleende vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en een bouwvergunning voor het oprichten van een woning op een perceel met bestemming 'Groenvoorzieningen'. Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat verweerder onrechtmatig had gehandeld, onder meer door het ontbreken van een verkennend archeologisch onderzoek en het niet naleven van ruimtelijke en waterbeheerregels.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de vrijstelling te verlenen op basis van de provinciale lijst 2007 en dat het bouwplan niet in strijd was met relevante structuurplannen en welstandscriteria. Wel stelde de rechtbank vast dat voorafgaand aan het besluit geen verkennend archeologisch onderzoek was uitgevoerd, wat een onvoldoende zorgvuldige voorbereiding betekende. Dit gebrek werd ook in de bezwaarfase niet hersteld, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd.
Echter, omdat in beroep alsnog een archeologisch rapport werd overgelegd en partijen daarop konden reageren, besloot de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Daarnaast werd vastgesteld dat het bouwplan geen onaanvaardbare schade aan de omgeving zou veroorzaken, mede door aanpassingen in het bouwplan en deskundigenrapporten. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.