Uitspraak
RECHTBANK DORDRECHT
gemachtigde: mr. drs. R.W. Veldhuis, advocaat te ’s-Gravenhage.
Rechtbank Dordrecht
De burgemeester van Dordrecht besloot op 16 mei 2011 de horecaonderneming [A] te sluiten wegens exploitatie zonder vergunning. Eiser maakte bezwaar en vroeg een exploitatievergunning aan, welke werd afgewezen. Na een schorsingsuitspraak werd het besluit tot sluiting definitief vastgesteld en eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat het exploiteren zonder vergunning in strijd is met artikel 2:28 van Pro de APV en dat handhaving door sluiting in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid. Eiser voerde aan dat er concreet zicht op legalisatie was en dat de sluiting onevenredig en punitief was, maar dit werd verworpen omdat de vergunningaanvraag definitief was afgewezen en de bezwaren ongegrond verklaard.
De rechtbank concludeert dat de sluiting gerechtvaardigd is, ondanks de financiële gevolgen voor eiser, en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de horecaonderneming wegens ontbreken van een exploitatievergunning is ongegrond verklaard.