ECLI:NL:RBDOR:2012:BV0211
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenvergoeding bij WOZ-beschikking wegens ontbreken bewijs beroepsmatige rechtsbijstand
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning en verzocht om vergoeding van proceskosten die haar gemachtigde, tevens haar echtgenoot, had gemaakt. Verweerder stelde dat de echtgenoot niet als derde kon worden aangemerkt en dat niet was aangetoond dat er kosten waren gemaakt die voor vergoeding in aanmerking kwamen.
De rechtbank overwoog dat volgens artikel 7:15 Awb Pro en het Besluit proceskosten bestuursrecht alleen kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking komen. Hoewel de huwelijksrelatie op zich geen belemmering vormt, moet blijken dat de gemachtigde op zakelijke basis heeft gehandeld.
Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar echtgenoot beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend. De overgelegde factuur liet belangrijke vragen onbeantwoord, zoals de hoedanigheid van de gemachtigde en het ontbreken van een btw-nummer. Ook de timing van de betaling vlak voor de zitting wekte twijfels.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De rechtbank bevestigde hiermee de afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding door verweerder.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen wegens ontbreken bewijs van beroepsmatige rechtsbijstand.