ECLI:NL:RBDOR:2012:BV7492
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dwaling en zorgplicht bij renteswaptransactie tussen Bugro en Rabobank
Bugro B.V. sloot met Rabobank een transactie waarbij een rentecap werd verkocht en een renteswap werd aangegaan voor tien jaar tegen een vaste rente van 5,25%. Bugro stelt dat zij onder invloed van dwaling de transactie is aangegaan, omdat Rabobank haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de essentiële kenmerken en nadelen van de renteswap, met name dat zij niet kan profiteren van rentedalingen en dat de waarde van de rentecap werd ingezet om het swaptarief te drukken.
Rabobank betwist de dwaling en stelt dat Bugro voldoende geïnformeerd was via telefonische gesprekken en schriftelijke documentatie. De rechtbank oordeelt dat Rabobank Bugro niet heeft geïnformeerd over het wegvallen van het profijt van rentedalingen en het gebruik van de rentecapwaarde, waardoor Bugro op deze punten heeft gedwaald. De rechtbank wijst echter dat Bugro onvoldoende heeft gesteld dat zij de transactie niet zou hebben gesloten als zij dit had geweten, waardoor een bewijsopdracht wordt opgelegd.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot advisering is gesloten en dat Rabobank een zorgplicht had. Bugro stelt dat Rabobank deze zorgplicht heeft geschonden door onjuist advies en onvoldoende informatie. De rechtbank wijst op de noodzaak van bewijslevering door Bugro ook voor deze subsidiaire grondslag.
De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar een rolzitting voor bewijslevering, waarna verdere beslissing volgt. De bewijsopdracht betreft onder meer het aantonen dat Bugro niet begreep dat zij niet kon profiteren van rentedalingen en dat Rabobank haar heeft meegedeeld dat de renteswap niet geschikt was voor haar bedrijf.
Uitkomst: Beslissing aangehouden en bewijsopdracht aan Bugro opgelegd om onjuiste voorstelling van zaken en ongeschiktheid renteswap aan te tonen.