ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0654
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning op grond van Wet bibob
Verzoeker 1 heeft een exploitatievergunning aangevraagd voor een horecagelegenheid, welke door verweerder is geweigerd op grond van de Wet bibob vanwege vermoedens van betrokkenheid bij strafbare feiten. Verzoekers hebben vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om de weigering te schorsen.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker 1 niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de weigering in een financiële noodsituatie zal verkeren. Tevens is gebleken dat de inrichting in afwachting van de bezwaarprocedure als internetcafé wordt geëxploiteerd, waarvoor geen vergunning vereist is. Verzoeker 2, verhuurder van het pand, stelt belanghebbende te zijn maar ook hij heeft geen spoedeisend belang aangetoond.
De rechtbank concludeert dat de continuïteit van de onderneming niet in gevaar is en dat er geen reden is voor een voorlopige voorziening. De verzoeken worden daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de weigering van de exploitatievergunning worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.