ECLI:NL:RBDOR:2012:BW2953
Rechtbank Dordrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging recht op bijstand wegens onrechtmatig huisbezoek
Verzoekster kreeg haar recht op bijstand beëindigd per 16 februari 2012 omdat zij niet voldeed aan een verzoek om aanvullende informatie, mede gebaseerd op een huisbezoek op 8 februari 2012. Dit huisbezoek vond plaats omdat verzoekster had gemeld een vriend te hebben, anders dan de vader van haar kind. Tijdens het bezoek werd de vriend aangetroffen, maar hij vertrok en gaf geen gegevens.
Verzoekster betwistte het huisbezoek en stelde dat er geen redelijke grond was voor het betreden van haar woning. Ook voerde zij aan dat zij niet op de juiste wijze was geïnformeerd over de gevolgen van weigering van het huisbezoek, waardoor geen sprake was van informed consent. De voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele feit dat verzoekster een vriend had, onvoldoende was voor een huisbezoek en dat andere minder belastende middelen voorhanden waren.
De rechter stelde vast dat het huisbezoek een inbreuk op het huisrecht vormde en onrechtmatig was, waardoor de bevindingen daarvan niet gebruikt mochten worden voor het besluit tot beëindiging van de bijstand. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, het besluit geschorst en verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot beëindiging van het recht op bijstand wordt geschorst.