De rechtbank Gelderland behandelde het beroep tegen de omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Zutphen voor de realisatie van een co-vergistingsinstallatie inclusief bio-WKK op een agrarisch perceel. Eisers betoogden onder meer dat verweerder niet in redelijkheid toepassing kon geven aan artikel 4, zevende lid, van Bijlage II bij het Bor, omdat het bouwplan ook in een EHS-verwevingsgebied en archeologisch waardevol gebied ligt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder deze belangen onvoldoende heeft meegewogen, dat het welstandsadvies onterecht een beplantingsplan betrok en dat de aanleg van een voorgeschreven inrit buiten de aanvraag viel en vergunningplichtig is. Daarnaast constateerde de rechtbank motiveringsgebreken op meerdere punten zoals geur, verlichting, geluid, vervoersbewegingen, externe veiligheid en de bescherming van eigendomsrechten volgens het EVRM.
Vanwege deze gebreken en het ontbreken van een zorgvuldige belangenafweging vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en wees verweerder op de verplichting een nieuw besluit te nemen. De rechtbank wees ook proceskosten toe aan eisers. De bestuurlijke lus werd niet toegepast vanwege het grote aantal geconstateerde gebreken.