Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[eiser](voorheen genaamd
),
[eiser](voorheen genaamd
),
[eiser] B.V.(voorheen genaamd
[eiser])en
[eiser](voorheen genaamd
),
[gedaagden],
1.De procedure
- het verkort proces-verbaal van comparitie van 2 juli 2013
- het faxbericht van de curator van 15 juli 2013 dat partijen niet tot een minnelijke oplossing zijn gekomen met verzoek om vonnis.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie
5.De beslissing
21 augustus 2013voor uitlating door [gedaagden] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden september tot en met december 2013 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,