ECLI:NL:RBGEL:2013:6458
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding werkelijke proceskosten na onrechtmatige daad door Pfizer
Eiser vordert op basis van een eerder vonnis uit 2010 schadevergoeding van Pfizer, de rechtsopvolger van Upjohn, wegens onrechtmatig handelen in de zomer van 1979. De schadestaat omvat diverse posten zoals gederfd inkomen, pensioenverlies, gemiste zakelijke kansen, smartengeld en proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat de gevorderde materiële schadeposten grotendeels toewijsbaar zijn, inclusief rente vanaf verschillende data afhankelijk van de schadepost. De vordering voor immateriële schade is afgewezen omdat hierover reeds bij het vonnis van 2010 is beslist. De vergoeding van werkelijke proceskosten wordt afgewezen omdat Pfizer geen misbruik van procesrecht heeft gemaakt noch onrechtmatig heeft gehandeld in haar verweer.
De rechtbank veroordeelt Pfizer tot betaling van een totaalbedrag van € 847.269,-- vermeerderd met wettelijke rente en draagt Pfizer de kosten van de procedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Pfizer wordt veroordeeld tot betaling van € 847.269,-- vermeerderd met wettelijke rente en de proceskosten, terwijl vergoeding van werkelijke proceskosten wordt afgewezen.