ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ8865
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak groepsverkrachting en diefstal wegens onvoldoende bewijs
Op 6 november 2011 vond in Arnhem een incident plaats waarbij vier mannen werden beschuldigd van groepsverkrachting en diefstal van eigendommen van het slachtoffer. Het slachtoffer deed aangifte en verklaarde dat zij onder dwang seksuele handelingen had ondergaan en dat haar spullen waren ontvreemd.
Tijdens de zittingen op 24 april 2012, 11 december 2012 en 16 april 2013 werden verklaringen van het slachtoffer, de verdachten en getuigen onderzocht. De rechtbank constateerde dat het slachtoffer op essentiële punten wisselende en tegenstrijdige verklaringen had afgelegd, terwijl de verklaringen van de verdachten onderling overeenkwamen. Contra-indicaties zoals het ontbreken van letsel, het gedrag van het slachtoffer, een video-opname en het ontbreken van geluidsoverlast door buren werden meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om te concluderen dat sprake was van dwang in de zin van artikel 242 Sr Pro. De seksuele handelingen waren volgens de rechtbank op vrijwillige basis. Ook de diefstal kon niet worden bewezen. De civiele vordering van het slachtoffer werd afgewezen omdat geen straf of maatregel was opgelegd.
De rechtbank sprak de verdachten vrij van alle tenlastegelegde feiten en verklaarde het slachtoffer niet-ontvankelijk in haar civiele vordering. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem op 26 april 2013.
Uitkomst: Verdachten vrijgesproken van groepsverkrachting en diefstal wegens onvoldoende bewijs.