ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0427
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Premieplicht sociale verzekeringen bij Rijnvarenden en exploitantschap binnenvaartschip
Eiser, werkzaam als bemanningslid op het binnenvaartschip mts. [C], stelde zich in beroep tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2006, waarbij hij vrijstelling van premieplicht voor de volksverzekeringen wilde verkrijgen.
De kern van het geschil betrof de vraag wie als exploitant van het schip moet worden aangemerkt volgens het Rijnvarendenverdrag, hetgeen bepalend is voor de premieplicht. De Rijnvaartverklaring vermeldde als eigenaar eiser zelf, maar geen exploitant. Eiser stelde dat op grond van een Luxemburgs afgegeven Certificat d’Exploitant een andere partij als exploitant moest worden gezien.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat de eigenaar als exploitant geldt, mede op basis van de interpretatie van het Administratief Centrum voor de sociale zekerheid van de Rijnvarenden en het ontbreken van bewijs dat de Luxemburgse verklaring rechtsgeldig was. De rechtbank oordeelde dat eiser premieplichtig is in Nederland en verklaarde het beroep ongegrond.
Daarnaast verwierp de rechtbank het betoog dat de uitspraak op bezwaar in strijd was met het VWEU en het Rijnvarendenverdrag, en dat het ontbreken van overleg met Luxemburgse autoriteiten tot onzorgvuldigheid leidde. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag premieplicht voor de volksverzekeringen wordt ongegrond verklaard.