ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0739
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende indicatie hulp bij huishouden voor dagelijkse verse broodmaaltijden
Eiser, aangewezen op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo, kreeg een indicatie van 5 uur en 15 minuten per week toegekend, inclusief maximaal vijf keer 15 minuten voor het bereiden van broodmaaltijden. Eiser stelde dat dit onvoldoende was omdat hij dagelijks verse broodmaaltijden nodig heeft. Daarnaast voerde hij aan dat de tijd voor boodschappen doen en het gebruik van maaltijdservices niet toereikend waren.
De rechtbank oordeelde dat de indicatie voor boodschappen doen voldoende was, gezien de mogelijkheid om zware boodschappen te sparen en lichte boodschappen binnen het toegekende uur te doen. De maaltijdservice werd als een voorliggende voorziening beschouwd die adequate compensatie biedt voor warme maaltijden.
Echter, het maximeren van het bereiden van broodmaaltijden tot vijf keer per week werd niet als voldoende compensatie gezien, omdat eiser hierdoor niet dagelijks verse broodmaaltijden kan krijgen. De rechtbank stelde dat de wettelijke compensatieplicht vereist dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het gebruikelijke gedrag van mensen zonder beperkingen, wat dagelijks vers brood eten inhoudt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en kende een indicatie toe van zeven keer 15 minuten per week voor broodmaaltijden, resulterend in een totale indicatie van 5 uur en 45 minuten per week. Het beroep tegen het tweede besluit werd niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en kent een indicatie toe van 5 uur en 45 minuten per week voor hulp bij het huishouden.